Centrum Letsel & Schade

Specialist verzekeringsgeneeskunde en medische expertise

Informatieve artikels

Informatieve artikels (24)

Het hof van cassatie bevestigde in zijn arresten van 18 september 1981, 15 maart 1985 en 21 januari 1999 dat artikel 6.1 van het EVRM bepaalt dat eenieder recht heeft op een eerlijke behandeling van zijn zaak en dat het de rechter toekomt feitelijk te toetsen of de aangestelde deskundige voldoet aan de voorwaarden van de onafhankelijkheid aangezien hij hiermee de rechtsgevolgen preciseert die de overeenkomst heeft en dit onder de uitlegging die hij geeft aan de overeenkomsten valt.

In dit laatste arrest bevestigt het hof van cassatie de uitspraak van het hof van beroep te Brussel van 6 juli 1995 dat besliste dat de aanstelling van een onafhankelijke deskundige aan de voorzitter van de rechtbank kan worden gevraagd telkens de verzekeraar weigert over te gaan tot de aanstelling van een deskundige die aan de voorwaarden van onafhankelijkheid beantwoordt. (Cass, 15 maart 1985, Arr. Cass. 15 maart 1985, 428; Cass., 21 januari 1999, Arr.Cass., 1999, 35; Corr. Tongeren, 17 september 1965, R.G.A.R., 1967, nr. 7825; Noot B. VAN DEN BERGH “De bindende derden beslissing: toch niet zo bindend?” onder Antwerpen, 6 juni 2006, R.W. 2008-2009, 1477)

Ook de Nationale Orde van Geneesheren benadrukt de belangrijkheid van de onafhankelijkheid van de geneesheren bij een minnelijke expertise.

 

In zijn advies van 26 september 2002 verklaart het Bureau van de Nationale Orde van Geneesheren dat “Wanneer er meerdere experts zijn, moet elk van hen ten opzichte van alle partijen blijk geven van dezelfde onafhankelijkheid, dezelfde objectiviteit en dezelfde onpartijdigheid, zelfs indien elk van de partijen één van hen moest kiezen. Elke minnelijke expertise houdt inderdaad in alle omstandigheden onafhankelijkheid, onpartijdigheid, rechtschapenheid en bekwaamheid in vanwege alle aangewezen experts”. (zie ook P. LURQUIN, Le traité de l’expertise en toutes matières, I, Bruylant, 1985, 22 - 24 nr. 13 en 15; J. TINANT, “L’expertise médicale amiable : principes et modalités”, Questions de droit des assurances, Ed. jeune barreau de Liège 1996, I, 487; M. BEERENS & L. CORNELIS, “De aansprakelijkheid van de deskundige in privaatrechtelijke geschillen”, Deskundigenonderzoek in privaatrechtelijke geschillen., Intersentia Rechtswetenschappen, 2000, 154, nr. 12; P.H. DELVAUX, “La responsabilité des experts”, L’expertise, colloque UCL, Bruylant 2002, 19-20; M. STORME, “Het ongemak van de gerechtelijke expert”, Liber amicorum Lucien Simont, Bruylant 2002, 214 – 215.)

Dat zelfde advies stelt dat “... elke arts die een expertiseopdracht vervult moet onafhankelijk en onpartijdig zijn zowel ten opzichte van de persoon die hem als expert koos als ten opzichte van de andere personen betrokken bij de expertise. Dit principe wordt trouwens uitdrukkelijk bekrachtigd door artikel 122 van de Code van geneeskundige plichtenleer, terwijl artikel 121 preciseringen geeft over de voorwaarden en modaliteiten van deze onafhankelijkheid.”

Terwijl het advies zelf later toegeeft dat deze principes in de praktijk helemaal niet altijd worden geëerbiedigd. En dat deze situaties, blijkbaar steeds frequenter, die ook het rechtvaardige karakter van het proces, zoals gewaarborgd door artikel 6 van het Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens en van de fundamentele vrijheden, in gevaar kunnen brengen, zouden meer moeten aangeklaagd en bestreden worden, vooral in het medische domein.”

Het advies van de Nationale Raad van 12 april 2003 beklemtoont nogmaals dat de onafhankelijkheid van de raadsarts erg belangrijk is: In de eerste plaats dient beklemtoond te worden dat iedere arts die belast is met een deskundigenonderzoek, ongeacht of het gaat over een gerechtelijk of minnelijk, een tegensprekelijk of eenzijdig onderzoek, onpartijdig en onafhankelijk moet zijn bij de vervulling van zijn opdracht. Deze eigenschappen zijn immers inherent aan om het even welk deskundigenonderzoek.”

Dit advies definieert ‘onpartijdig’ en ‘onafhankelijk’ als volgt:

Deze begrippen betekenen in de eerste plaats dat de deskundige volledig onafhankelijk moet zijn van de partijen in het geding en geen enkele band mag hebben met het geschil waarin het deskundigenonderzoek bevolen is.

In een ruimere zin betekenen onafhankelijkheid en onpartijdigheid bovendien dat de deskundige zijn opdracht moet vervullen in volledige objectiviteit, zonder beïnvloed te worden door enige druk, zoals druk door een overheid, een corporatie of de publieke opinie, noch door het nastreven van een persoonlijk belang, bijvoorbeeld de wil om een rechter, een advocaat of één van de partijen te behagen in de hoop andere opdrachten te krijgen, noch door filosofische, godsdienstige, politieke, culturele, taalkundige of andere opvattingen.”

Een beetje verder stelt het advies dat “Artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij de wet van 10 juni 2001 betreffende de onttrekking en wraking, bepaalt, in combinatie met artikel 966, dat “Iedere rechter [of deskundige] kan worden gewraakt […] : 1° wegens wettelijke verdenking”.

De wettelijke verdenking is een omstandigheid die in de geest van een partij de gewettigde vrees doet ontstaan dat een rechter geen uitspraak kan doen of een deskundige geen technisch advies kan verstrekken op objectieve en onpartijdige wijze.”

Tot slot wordt erop gewezen dat de code van de Nationale Orde van Geneesheren in artikel artikel122 de arts oplegt ‘... zijn beroepsonafhankelijkheid volledig [te] behouden ten opzichte van zijn opdrachtgever en ten opzichte van andere eventuele partijen.
Bij het formuleren van zijn besluiten als arts moet hij enkel volgens zijn geweten handelen.”

Ook in het recent advies van 20 september 2014 betreffende de aanwijzing van artsen als deskundigen in het kader van een rechtsprocedure, wordt nogmaals gewezen op het recht dat partijen hebben op een objectief, met redenen omkleed en onpartijdig advies te verwachten, en dat zelfs elke schijn van partijdigheid dient vermeden te worden, wat volgens de Raad van State inhoudt dat er voldoende waarborgen aanwezig moeten zijn om elke gewettigde twijfel omtrent zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid uit te sluiten (zie ook RvS, voltallige verg., nr. 169.314, 22 maart 2007, JLMB, 2007, p. 677; Rb. Antwerpen, 12 december 2006, Bull. Ass., 2007, p. 475; zie ook: J. VERLU en R. ERGEC, ‘Convention européenne des droits de l’homme’, RPDB, complément VII, 1990, nr. 543 e.v.; D. MAYEURS en P.. STAQUET, ‘L’expertise en droit médical’ in L’Expertise, Commentaires pratiques, Kluwer 2007, Titre IV, chapitre 1er, p. 56-57).

De Raad wijst erin dit advies op dat “de kwestie die onder de geneeskundige vallen technische en zeer specifieke kwesties zijn. De door de deskundige verstrekte antwoorden zijn dikwijls verwoord in een technische, soms hermetische taal voor leken die niet vertrouwd zijn met de geneeskundige. Deze techniciteit en specificiteit verklaren waarom juristen zich doorgaans baseren op de conclusies van de deskundige zonder noodzakelijkerwijze de relevantie ervan te kunnen beoordelen. Gelet op deze realiteit is het dan ook niet alleen belangrijk dat de arts-deskundige zijn opdracht op een gewetensvolle, objectieve en onpartijdige wijze uitvoert, maar ook dat geen enkele gewettigde verdenking rijst over zijn objectiviteit en onpartijdigheid.

De Raad is van oordeel dat “dergelijke verdenking onvermijdelijk rijst wanneer de deskundige zich rechtstreeks of onrechtstreeks in een situatie van economische afhankelijkheid bevindt omdat hij diensten ook aanbiedt aan één van de partijen – of het nu een verzekeringsmaatschappij is of zijn werkgever (bv. een ziekenhuis) of om het even welke andere rechtspersoon of natuurlijke persoon met wie hij zakenrelaties onderhoudt”.

Hoewel dit advies gegeven was naar aanleiding van de aanstelling van een arts als expert in een rechtsprocedure wijst de Raad erop dat “... ook al verstrekt de deskundige slechts een niet-dwingend advies, de doorslaggevend invloed die dit advies in de praktijk heeft, vergt dat de deskundige blijk geeft van onpartijdigheid en objectiviteit en geen gewettigde verdenking ten aanzien van zijn persoon op grond van zijn professionele en persoonlijke situatie mag wekken”.

Aangezien de Raad wijst op het belang dat dergelijke onpartijdigheid en objectiviteit heeft bij een niet-dwingend advies, geldt dit a fortiori op een bindend advies.

De Raad wijst er verder ook op dat “het gering aantal artsen-deskundigen (...) geen reden (is) om deze vereiste van onpartijdigheid en van de afwezigheid van gewettigde verdenking te nuanceren of zelfs af te zwakken. Het toont integendeel aan hoe belangrijk het is dat de verschillende faculteiten geneeskunde bijzondere aandacht schenken aan de opleiding van dit medisch specialisme”.

En dat de arts bij de aanvaarding van zijn opdracht – ook bij MME’s – een curriculum Vitae zou moeten voorleggen met een overzicht van zijn beroepsactiviteiten (opleidingen, publicaties, werkzaamheden inzake technisch advies als bijstandarts of als adviserend arts van een verzekeringsmaatschappij, klinische werkzaamheden, werkzaamheden als arts-ambtenaar, onderzoekswerkzaamheden, enz...), evenals een verklaring op eer aangaande het al dan niet bestaan van een belangenconflict.

Voorts is de Raad er voorstander van enkel de geneesheren die de specialisatie in verzekeringsgeneeskunde en medische expertise hebben genoten, en extra gesensibiliseerd zijn over het belang van de specifieke deontologie en ethiek die hiermee gepaard gaan, als expert zou mogen optreden, in plaats van de verkrijging van de titel op basis van verworden rechten (zoals nu veelal gebeurt) waardoor belangenconflicten zouden worden vermeden.

Indien blijkt dat de raadsarts niet onpartijdig en onafhankelijk optrad, kan dit aanleiding kan geven tot aansprakelijkheid van de raadsdokter.

( HANNEQUART, “L’expertise et le procès en responsabilité”, Mélanges R.O. Dalcq, Larcier 1994, 44 en vlgde. nr.10-17; P.H. DELVAUX, “La responsabilité des experts”, L’expertise, colloque UCL, Bruylant 2002, 20; )

ZIe in dit verband  de studies van volgende rechtsgeleerden. TILLEMAN, B., Gerechtelijk deskundigenonderzoek, die Keure, 2002, nr. 31, p.171; SIMONT, L., “Contribution à l’étude de l’article 1592 du Code Civil”, Mélanges offerts à Pierre Van Ommeslaghe, Brussel, Bruylant, 273.)

thematiek onredelijke of arbitraire beslissingen, grove vergissingen

Partijen kunnen zich onmogelijk verbonden hebben kennelijk onredelijke of arbitraire beslissingen te aanvaarden (B.TILLEMAN, l.c., Gerechtelijk deskundigenonderzoek, 171, nr. 33; Antwerpen, 18 oktober 2006, R.W. 2007-2008, 829; Antwerpen 1 maart 1994, R.W. 1994-1995, 232; Rb.Hasselt 25 maart 1993, T.B.B.R. 1994, 425; Antwerpen, 14 november 2001, R.W. 2003-2004, 908; Antwerpen, 25 april 2005, R.W. 2006-2007, 726; Antwerpen, 23 februari 2005, R.W. 2007-2008, 31., Cass, 31 oktober 2008, R.W. 2009-2010, 1258)

Ook materiële of grove vergissingen in de besluitvorming van de deskundige kunnen ongedaan gemaakt worden door de rechter (Cass, 30 juni 1966, R.W., 1966-1967, 1223; Antwerpen 18 oktober 2006, R.W. 2007-2008, 829, Gent 11 oktober 1994, A.J.T. 1994-1995, 237, noot B. De Temmerman).

De VDAB (Vlaamse dienst voor arbeids bemiddeling) publiceerde een lijst met codes van de problematieken voor de indicatie van arbeidshandicap en de toekenning van het recht op bijzondere tewerkstellingsmaatregelen.

Klik hier voor deze lijst.

Op dezelfde webpagina van de VDAB (klik hier) kan u tevens het standaard formulier vinden voor de aanvraag tot medisch / psychisch / psychologisch advies. In het kader van de ondersteuning van personen met een arbeidshandicap door VDAB/GTB op het vlak van tewerkstelling, is deze verklaring nodig met betrekking tot de medische / psychische / psychologische moeilijkheden personen ondervinden op de arbeidsmarkt.
Om deze personen gepast te begeleiden is het belangrijk dat deze beperkingen worden bevestigd door een arts (specialist).

GEMEEN RECHT  WET ARBEIDSONGEVAL
Alle verliezen, niks uitgezonderd
Aansprakelijke derde die in fout is
forfait met plafond
enkel inkomsten verlies dus economische schade
geen fout
 Welke verliezen worden betaald ?

UITGAVEN :

Alle medische kosten en werkelijk alle verliezen die in oorzakelijk verband staan
( bewijsprobleem)

-------------------------------------------------------------

TIJDELIJKE ARBEIDSONGESCHIKTHEID

Het totaal inkomstenverlies

Meerinspanningen voor de dagen dat men het beroep uitoefende met lichamelijke hinder

Huishoudschade

Morele schade: persoonlijke ongeschiktheid – pretium doloris ( prijs van de pijn in zware gevallen)

 Welke verliezen worden betaald ?

UITGAVEN :

Alle medische kosten plus wat is beschreven in de wet: prothesen, orthesen, verplaatsingskosten ( dus binnen de perken van de wet en niks méér)

--------------------------------------------------------

TIJDELIJKE ARBEIDSONGESCHIKTHEID

90 % van het maandloon ( met plafond)

 BLIJVENDE ONGESCHIKTHEID - WIJZE VAN EVALUATIE EN BEGROTING

Schending van de mogelijkheden op de arbeidsmarkt, vermindering van concurrentie mogelijkheden tegenover andere werkkrachten in de sector

----------------------------------------------------------------

Voorafbetaande toestand wordt in aanmerking genomen dus vermindering percentage en vergoeding inperken als het lichaam al eerder was aangetast op zelfde plaats

enkel de verergering wordt vergoed

---------------------------------------------------------------
Alle andere schadeposten:

Persoonlijke ongeschiktheid

Persoonlijke ongeschiktheid ( volgens de indicatieve tabellen mag met het niet meer “ invaliditeit” noemen. De franstaligen noemen het nochtans nog vaak “ invalidité”. Het is de vroegere morele schade ( die terminologie is gebannen)

Sexuele schade

Genoegenschade ( hobby weggevallen)

Esthetische schade ( schoonheid verminderd)

Hulp van derden ( zonder plafond)

 BLIJVENDE ONGESCHIKTHEID - WIJZE VAN EVALUATIE EN BEGROTING

Schending van de mogelijkheden op de arbeidsmarkt, vermindering van concurrentie mogelijkheden tegenover andere werkkrachten in de sector

--------------------------------------------------------

ongeacht de voorafbestaande toestand / evaluatie in zijn totaliteit, het lichaam wordt bekeken in zijn totaliteit
de minste verergering van een voorafbestaande toestand volstaat voor volledige vergoeding

Hulp van derden ( geplafonneerd)

WELKE GELDEN

Kapitaal of rente
Niet geplafonneerd, het moet de werkelijke schade vergoeden, niks meer niks minder
en op basis van totaal geschat inkomstenverlies tot overlijden

 WELKE GELDEN

Forfait ( begrensd tot plafond zoals becijferd in de wet arbeidsongevallen)

HERZIENBAARHEID

Niet herzienbaar, definitieve vergoeding
Tenzij uitdrukkelijk voorbehoud voor de toekomst wordt overeengekomen of gevonnist ( reserve voor de toekomst is uitzondering op de regel van defintieve vergoeding in gemeen recht)

HERZIENBAARHEID

Gedurende drie jaar herzienbaar
In geval van verergering van minstens x %

CONSOLIDATIEDATUM
Ongeacht al dan niet werkhervatting.
Een huismoeder kan bijvoorbeeld arbeidsongeschikt verklaard worden.
---
minnelijke schikking mogelijk
minnelijke expertise met bindende derdenbeslissing mogelijk (MME)
CONSOLIDATIEDATUM
In arbeidsrecht gaat de consolidatiedatum gepaard met echte werkhervatting tenzij volledig arbeidsongeschikt verklaard.
---
Partijen kunnen gemeenschappelijk onderzoek organiseren maar de MME ( minnelijke medisch expertise is verboden ! Van openbare orde, hiervan mag niet worden afgeweken. Dit is gunstig voor het slachtoffer vermits verzekeringsmaatschappijen dikwijls de MME misbruiken ( er kan meestal door de rechtbank niks meer aan veranderd worden)
   

De vergoeding van een arbeidsongeval is volledig verschilend van een vergoeding in gemeen recht. We gaan het hier uitsluitend hebben over een arbeidsongeval.

In mijn praktijk als raadsdokter moet ik met de patiënt beslissingen treffen. De patient komt me vragen of hij een beslissing van de arbeidsongevallen verzekering zou aanvechten en vraagt aan de raadsdokter expert welk geld hij zal ontvangen.

Er wordt dan met de patiënt een afweging gemaakt over het al dan niet aannemen van een vergoedingsvoorstel. De dokter begeleidt de patiënt in het nemen van een beslissing over ja dan neen aanvechten van een voorstel van de verzekering.

De indicatieve tabel is in België een lijst van forfaitaire schadevergoedingen die opgesteld is door het Nationaal verbond van magistraten van eerste aanleg en het Koninklijk verbond van vrede- en politierechters. Die lijst is bedoeld als leidraad voor de raming van schade die men niet in concreto (schade waarvan men geen bewijs kan aanvoeren) kan begroten, die men dus niet aan de hand van bewijsstukken kan aantonen (bvb. de morele schade).

Door hier te klikken kan u de tabel van 2016 raadplegen.

 

Voor de de voorgaande en verouderde tabel verwijzen wij u naar de versie van 2012.

Ik werd als behandelende arts voor het Rode Kruis dikwijls geconfronteerd met de zogenaamde

-       tenniselleboog

-       secretaresse pols

-       yachties shoulder

-       computer-freak-schouder.

In enkele gevallen kwamen in mijn spoeddienst in het Rode Kruis Ziekenhuis jongeren met een “ sms duim”. Dus een ontsteking van duimgewricht door voortdurend inspanningen met de duim te doen tijdens urenlang sms-en en chatten.

De secretaresse zit urenlang voor de PC in dezelfde houding met hand en pols.

De zeiler heeft na een nacht doorzeilen op lange tochten de klok rond geslapen in een scheepskooi op een versleten mousse, terwijl de boot in de ligplaats toch blijft schommelen. Hij is in zodanig diepe slaap verzonken dat hij zich niet voldoende heeft rondgedraaid in zijn krap zeebedje. Dikwijls met een scheepsmaat die ernaast slaapt en ze willen niet tegen elkaar zich ronddraaien. De schouder geraakt overbelast.

De internet surfer zit urenlang geboeid te chatten, via internet partner te zoeken en is niet geneigd zijn werkpost te verlaten om de spieren even te ontspannen…

Een koppel koopt een huis en vliegt er enthousiast in om te schilderen en behangen. Urenlang dezelfde bewegingen die ze niet gewoon zijn in hun vorig leven.

Dit zijn allemaal fenomenen die tendinitis in de hand werken bij kerngezonde jonge sterke mensen.

Het komt voor in alle plaatsen van het lichaam waar een pees tegen het bot wrijft: elleboog, duim, hiel, schouder. We zien in onze spoeddienst ZNA Haven Antwerpen een toenemend aantal schouderklachten door tendinitis. Zelfs bij jonge mensen die te lang aan de computer zitten met opgetrokken armen wat na uren een krampachtige houding betekent. De patiënten zijn zodanig begeesterd van het internetten dat zij abnormaal lang in dezelfde geforceerde houding aan de PC blijven zitten.

Het is een reactie van het lichaam wanneer een pees voortdurend tegen een beenderig lichaamsdeel wrijft. Bijvoorbeeld de plaats waar een schouderspier opgehangen is aan het bot.

Door de wrijving ontstaat een chemisch proces. De bloeddoorstroming wordt verstoord. Het vochtgehalte in de weefssels neemt toe. Het is een normale reactie van het lichaam om de schade te herstellen. De witte bloedcellen nemen toe, er ontstaat een laagje vocht dat niet goed wegkan uit het weefsel. Dit leidt tot een ontsteking, de zenuwbanen reageren met pijn als gevolg ( zie mijn eerder artikel over pijn in het algemeen, oorzaken van pijn en soorten pijn).

De bedoeling van deze tekst is om in consultaties met mijn patiënten of rechtzoekenden in medische expertises wat wegwijs te maken in terminologie, het fenomeen uitleggen en de mogelijke behandeling of zelfgenezing.

-----------------------------------------------------------------------------------------------

HOE WORDT DIAGNOSE GESTELD

EN WAT IS DE THERAPIE ?

Een expert in deze materie is professor dokter Franky Van Steenbrugge. Op 13 april 2013 is in het magazine PLUS-KNACK een interview verschenen. Daarin legt dokter Van Steenbrugge in mensentaal uit wat tendinitis is, en hoe het kan behandeld worden.

Ik zou het zelf niet duidelijker kunnen uitleggen wanneer ik in mensentaal raad moet geven aan de recht zoekende in een expertise, of wanneer iemand onze ZNA spoeddienst bezoekt. Daarom wordt verwezen naar  een publicatie die hieronder geciteerd wordt.  U kunt hiervoor ook googelen met trefwoorden “ Plus Magazine – Tien vragen over tendinitis “

 

Begin citaat PLUS – KNACK magazine, reporter Ariane De Borger -13.4.2013

 

“”Een tendinitis is een ontsteking van een spierpees die gekenmerkt wordt door pijn op de plaats waar de spierpees aanhecht op het bot. Wij legden tien vragen over dit, soms behoorlijk hardnekkige, probleem voor aan Professor Franky Steenbrugge.

1 WAT IS TENDINITIS?

Prof. Dr. Franky Steenbrugge, orthopedisch chirurg, UGent en ASZ Aalst: Een tendinitis of peesontsteking is een reactie, een chemisch proces dat ontstaat door irritatie of beschadiging van een pees. Door de celbeschadiging ontstaat er een cascade van opeenvolgende reacties die tot de vorming van prostaglandines leiden. Het ziekteproces veroorzaakt een verhoogde bloeddoorstroming in de pees en het vochtgehalte in de weefsels neemt toe. De witte bloedcellen trachten het probleem aan te pakken en het weefsel probeert zich te herstellen door nieuw, gezond weefsel te vormen. De zwelling waarmee dit ziekteproces gepaard gaat, maar ook de prostaglandines, kunnen pijn veroorzaken omdat ze de lokale pijnreceptoren prikkelen. Tendinitisklachten komen vooral voor ter hoogte van de hand en de elleboog ? de bekende tenniselleboog ? maar ook van de schouder, de knie (patellapees) en de hiel (achillespees).

2 WAT ZIJN DE SYMPTOMEN?

Prof. F.S.: De verschillende fases van het ziekteproces leiden tot een aantal klassieke symptomen: zwelling (tumor), calor (warmte), rubor (roodheid) en dolor (pijn). Ook is er dikwijls een verminderde functie van de pees (functio laesa). De toename van de bloedcirculatie en het vochtgehalte zorgen voor de zwelling en deels ook voor roodheid en warmte. De verhoogde celactiviteit zorgt eveneens voor bijkomende warmte. En zoals gezegd, veroorzaken de zwelling en de prostaglandines pijn. Hierdoor is men minder geneigd om de pols of elleboog te gebruiken en spreken we dan van een verminderde functie.

3 WAARDOOR WORDT TENDINITIS VEROORZAAKT?

Prof. F.S.: Meestal ligt de oorzaak bij een overbelasting: mensen wagen zich aan repetitieve bewegingen die ze doorgaans niet of niet zo intensief doen. Ze ontpoppen zich ineens tot enthousiaste klussers en behangen in een mum van tijd het huis of spitten de hele tuin om. Ze begrijpen niet waarom juist zij last krijgen en hun buurman, die het hele jaar door in de tuin werkt, niet. Dat komt omdat ze de belasting van hun pezen niet zachtjes hebben opgebouwd en de buurman vermoedelijk wel. Maar tendinitis kan ook ontstaan als een pees tegen beenderige structuren glijdt of wrijft en zo het weefsel beschadigt. De boosdoener kan botaangroei of een osteofiet door artrose zijn, bijvoorbeeld bij hielspoor.

4 HOE STELT U VAST DAT HET OM TENDINITIS GAAT?

Prof. F.S.: Om te beginnen valt er veel af te leiden uit het verhaal van de patiënt die zijn klachten beschrijft. Dan volgt het klinisch onderzoek, met specifieke tests voor de verschillende pezen. Dat kan worden aangevuld met technische onderzoeken: een radiografisch onderzoek en soms een echografie. In uitzonderlijke gevallen kan nog een NMR-onderzoek (nucleaire magnetische resonantie), een bloedonderzoek of een botscan worden gevraagd om tot een precieze diagnose te komen, andere problemen uit te sluiten of de uitgebreid-heid van het letsel te bepalen.

5 HOE KAN TENDINITIS WORDEN VOORKOMEN?

Prof. F.S.: Voorkomen is beter dan genezen. Het is dus beter pezen niet te overbelasten en niet te overdrijven met de duur en intensiviteit van repetitieve bewegingen die u niet gewend bent. Een repetitieve klus of sport kunt u beter meer in de tijd spreiden. Verder kunt u voorzorgen nemen door ergonomische hulpmiddelen te gebruiken, zoals een gelkussentje dat de pols ondersteunt. Soms kan een rustspalk helpen die de pees immobiliseert. Er bestaan ook peesontlastende bandjes (voor knie en elleboog) die de druk wat wegnemen van de pees. Ze moeten wel vrij strak worden aangespannen en dat kan oncomfortabel worden.

6 WAT KAN EEN PATIËNT ZELF DOEN?

Prof. F.S.: Wie een peesontsteking vermoedt, kan de pees best ontzien door de repetitieve bewegingen en de belasting te verminderen of er een tijdje mee te stoppen. Laat het pijnlijke lidmaat rusten (R), ga de zwelling en warmte tegen door er ijs tegen te drukken (I) en leg het lidmaat wat hoger zodat het ontzwelt (E of elevatie, samen RIE). Paracetamol is een goede basispijnstiller. Er bestaan ook krachtiger medicijnen, zoals ontstekingsremmers, maar hiervoor raadpleegt u best een arts.

7 HOE KAN DE HUISARTS TENDINITIS BEHANDELEN?

Prof. F.S.: Na het stellen van de correcte diagnose, zal uw huisarts het ontstekingsproces proberen te stoppen door ontstekingsremmers voor te schrijven. Ze werken in op de cascade en trachten de vorming van prostaglandines tegen te gaan zodat het weefsel de kans krijgt om te herstellen. Aanvullend kan uw arts ter hoogte van de pees een cortisonepreparaat inspuiten dat eveneens het ontstekingsproces afremt. Al moet er verstandig mee worden omgesprongen. Een achillespees verdraagt deze inspuitingen niet zo goed. Ook kinesitherapie kan helpen: massage helpt de zwelling wegnemen en zorgt ervoor dat het gewricht niet verstijft. De combinatie van al deze behandelingen geeft meestal een gunstig resultaat. Maar het duurt wel enkele weken vooraleer er beterschap merkbaar is: heb dus geduld.

8 WELKE BEHANDELING KAN EEN SPECIALIST OVERWEGEN?

Prof. F.S.: Eerst zal hij de diagnose bevestigen, nagaan wat er al is ondernomen en welke behandeling nog soelaas kan brengen. Zoals een infiltratie met cortisone. Soms wordt een shockwavebehandeling ingesteld waarbij het peesweefsel een drietal sessies, gespreid over een aantal weken, met ultrasoon geluid wordt geprikkeld. Dit zorgt voor een weefselreactie die de pees sterker maakt. Exact wat de pees zelf ook probeert te doen. De meerderheid van de patiënten wordt met deze niet-operatieve, conservatieve behandelingen voldoende geholpen. Al zijn sommigen ontgoocheld dat er pas na enkele weken enige verbetering optreedt.

9 WAT ALS DAT ALLEMAAL NIET HELPT?

Prof. F.S.: Wordt er na een aanvaardbare periode onvoldoende resultaat geboekt, dan kan men een operatie overwegen. De precieze locatie van de pees bepaalt wat we doen. We proberen vooral een weefselregeneratie te bekomen: het weefsel stimuleren om nieuw, gezonder weefsel aan te maken. De techniek noemt scarificatie. Eventuele botaangroei wordt dan ook verwijderd.

10 HOE INGRIJPEND IS EEN OPERATIE?

Prof. F.S.: De operatie kan perfect in dagchirurgie. Ik probeer na de ingreep zo weinig mogelijk te immobiliseren om stramheid te voorkomen. Geen gips dus. Andere artsen voorzien soms een tijdje een rustspalk. Het genezingsproces duurt een zestal weken. In die periode revalideert de patiënt voorzichtig en herwint hij de functie van de getroffen pees.

Einde citaat artikel Plus-Knack Magazine 13.4.2013 = bronvermelding bij citaat

In mijn expertise werkzaamheden wordt dikwijls gediscuteerd met de verzekering van tegenpartij over de graad van pijn. Hoe wordt dat gemeten ?

Is er een meetlat om de hoegrootheid van pijn vast te leggen op een schaal ?

En hoe wordt de pijn na een ongeval vergoed ?

Er is volgens de indicatieve tabellen sprake van vergoeding voor een hoeveelheid pijn, uitgedrukt in PRETUM DOLORIS.

De patiënt vraagt zich af hoe zijn pijn wordt beschreven in een schadeclaim. In mijn verdediging van letselschade gebruik ik elementen uit een boek dat hieronder wordt beproken. Deze informatie wordt ook door de letselschade advocaat gebruikt om een schade-eis te formuleren.

Wat hierna volgt heb ik copy-paste ontleend uit de website die is gelinkt op www.seniorennet.be:

www.blog.seniorennet/jules...

Deze bronvermelding is van belang voor elke persoon die meer informatie zoekt over cvs- fybromialgie, vermoeidheidssyndroom.


CITAAT MET VERMELDING VAN BRON AUTEUR

Onderzoek, diagnose en het meten van pijn

Prof. Dr. Wouter W.A. Zuurmond
– SpreekuurThuis -

Pijn is meer dan een eenvoudig neurofysiologisch gebeuren.
Hoewel bijna iedereen het verschijnsel pijn kent, is het moeilijk te meten.
Individuele interpretatie en expressie maken evaluatie en vergelijking lastig.


Verschillende soorten pijn

Voordat chronische pijn behandeld kan worden, moet de oorzaak van de pijn nauwkeurig onderzocht worden.
Daarbij onderscheiden we verschillende soorten pijn :

* Acute en subacute pijn
Hierbij bestaat een duidelijke oorzaak.
Voorbeelden van deze soort zijn pijn na een trauma en pijn bij bevalling.
Ook bij kanker of reuma kan acute pijn optreden.
De pijn ontstaat overwegend aan de uiteinden van de A-deltavezels en C-vezels, die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van pijn.

* Chronische pijn
Wanneer de pijn langer aanhoudt dan het oorspronkelijke lijden doet vermoeden, is er sprake van chronische pijn.
Voor de behandeling van pijn heeft het maken van dit onderscheid tussen verschillende pijnsoorten consequenties voor de behandeling.
Chronische pijn is onder te verdelen in drie soorten, die vaak tegelijk kunnen voorkomen (mengvormen) : weefselpijn, zenuwpijn en pijn van psychologische oorsprong.

  • Weefselpijn
    Weefselpijn, ook wel nociceptieve pijn genoemd, is pijn die ontstaat bij de zenuwuiteinden die voor het pijngevoel verantwoordelijk zijn : A-deltavezels en C-vezels (cfr. 'Hoe ontstaat pijn' : http://www.spreekuurthuis.nl/themapag.html?thema=Chronische+pijn&hfdstk=3 -).
    Deze pijn begint vaak acuut als waarschuwingssignaal, maar kan overgaan in chronische pijn.
    Voorbeelden, waarbij de weefselpijn de boventoon voert, zijn : pijn bij of na (chronische) ontstekingen, fracturen en artrose van de gewrichten.
    Het karakter van de pijn wordt aangegeven als dof, scherp, kloppend of stekend.
  • Zenuwpijn
    Zenuwpijn, ook wel 'neuropathische pijn' genoemd, is pijn die wordt veroorzaakt door beschadigingen of afwijkingen van het zenuwstelsel zelf, dat wil zeggen vanaf de zenuwuiteinden, zenuwen, zenuwknopen, ruggenmerg tot en met de hersenen.
    Volgens de definitie van de International Association for the Study of Pain is dit pijn die ontstaat of wordt veroorzaakt door schade aan het zenuwweefsel of door een functiestoornis daarvan.
    De pijn ontstaat en wordt onderhouden binnen het zenuwstelsel, soms zelfs bij afwezigheid van prikkels.
    Deze pijn heeft, zoals bij chronische pijn vaak het geval is, geen waarschuwingsfunctie meer en is derhalve zinloos.
    De symptomen van zenuwpijn die spontaan kunnen optreden, zijn te omschrijven als een brandende, schrijnende, schietende, stekende en/of tintelende pijn.
    Tevens kan er sprake zijn van een koudesensatie, jeuken en/of elektrische sensaties (paresthesieën).
    De pijn is niet afhankelijk van bewegingen of belasting en kan continu aanwezig zijn met een wisselende intensiteit of intermitterend (in aanvallen).
    De zenuwpijn kan ook optreden in het verloop van een zenuwbaan, zoals bij rug- en of nekklachten, tintelingen of pijnlijke sensaties in armen, handen, benen of voeten.
    Een ander typisch kenmerk van zenuwpijn kan de pijn bij aanraking zijn.
    Zelfs wind en tocht kunnen pijn veroorzaken aan of in lichaamsdelen en ook kledingstukken kunnen moeilijk verdragen worden.
    Dit wordt 'allodynie' genoemd.
    Andere kenmerken zijn vermindering van gevoel, verhoogde gevoeligheid voor niet-pijnlijke prikkels (hyperesthesie), een abnormale pijnreactie op een geringe pijnprikkel (hyperalgesie) of een abnormale pijnlijke reactie op een herhaalde prikkel (hyperpathie).
    Zenuwpijn kan vele oorzaken hebben :
    - infecties (na gordelroos, Lyme disease, AIDS)
    - letsels (amputatie, operatie, bevriezing, verbranding, dwarslaesie)
    - zenuwbeklemming, bijvoorbeeld ten gevolge van inzakking van de wervels bij osteoporose of trauma
    - neurologische ziektebeelden (multiple sclerose, na een beroerte of hersenbloeding)
    - stofwisselingsstoornissen zoals suikerziekte, te geringe wer-king van de schildklier
    - bijwerkingen van geneesmiddelen (cytostatica bij chemotherapie)
    - overmatig alcoholgebruik
    - schadelijke stoffen, bijvoorbeeld bij langdurige inademing van afbijtmiddelen die schilders gebruiken, landbouwgiften, lood
    - stress, 'erfelijke gevoeligheid', vermindering van weerstand van het 'zenuwimmuunsysteem'.
    Wanneer het beschadigde zenuwweefsel zich in de ledematen of het lichaam bevindt, spreken we wel van 'perifere' neuropathische pijn; wanneer ruggenmerg of hersenen zijn aangedaan, spreken we wel van 'centrale' zenuwpijn.
    Deze indeling is in feite kunstmatig omdat het zenuwstelsel een 'totaalsysteem' is waarbij het soms niet mogelijk is om een onderscheid in delen te maken.
    Zenuwpijn treedt veelal op in combinatie met weefselpijn.
    Er is echter een aantal specifieke ziektebeelden waarbij neuropathische pijn de boventoon voert (cfr. 'Neuropathische pijn of zenuwpijn' :
    http://www.spreekuurthuis.nl/themapag.html?thema=Chronische+pijn&hfdstk=17 -.
    Zenuwpijn kun je moeilijk behandelen omdat een aantal soorten pijnstillers zoals paracetamol en aspirineachtigen (NSAID's) er minder vat op krijgen.
    Het is van belang om er snel achter te komen of er sprake is van zenuwpijn zodat een passende therapie ingesteld kan worden (cfr. 'Algemene behandelingsmethoden van pijn' :
    http://www.spreekuurthuis.nl/themapag.html?thema=Chronische+pijn&hfdstk=5 -).


Pijn van psychologische oorsprong

Natuurlijk spelen psychologische factoren een rol bij pijn.
Hoe je het ook wendt of keert, pijn heeft invloed op de psyche van de mens en omgekeerd kunnen psychologische factoren de pijn verminderen of verergeren.
Depressiviteit kan zich uiten via pijn en depressiviteit kan pijn en moeheid tot gevolg hebben.
De behandeling van pijn zonder dat er aandacht is voor psychologische factoren is niet verstandig.
Als iemand een schop krijgt, treden er immers al psychische veranderingen op.
Je kunt bijvoorbeeld verdrietig of inwendig boos worden of agressief gedrag gaan vertonen.
Een patiënt kan dan ook terecht boos worden als hij iemand hoort beweren 'dat het allemaal wel tussen zijn oren zal zitten'.
En in diezelfde categorie valt ook een opmerking als 'het zal allemaal wel meevallen omdat deze patiënt die aan chronische pijn lijdt er zo goed uitziet'.
Het is onjuist om iemand die aan pijn lijdt waarvoor geen directe oorzaak gevonden is, als simulant te bestempelen.
Om pijn goed te kunnen behandelen, moet eerst duidelijk zijn hoe ernstig de pijn is.
Pijn is meer dan een eenvoudig neurofysiologisch gebeuren.
Hoewel bijna iedereen het verschijnsel pijn kent, is het moeilijk te meten.
Individuele interpretatie en expressie maken evaluatie en vergelijking lastig.
De drie-eenheid van somatische, psychologische en sociale factoren bepalen pijn en pijngedrag.


De Visuele Analoge Schaal (VAS)

De Visuele Analoge Schaal bestaat uit een 10 cm lange horizontale lijn die loopt van 'Geen pijn' (0) tot 'Ondraaglijke pijn' (10).
De patiënt wordt gevraagd hierop een markering aan te brengen.
De score wordt dan gemeten en uitgedrukt in mm of cm.
Deze schaal wordt waarschijnlijk het meest gebruikt bij de meting van pijn.
Het is een eenvoudige methode om pijn in een getal te laten uitdrukken.
Nadelen van het gebruik van de VAS-schaal kunnen zijn dat de bepaling van de ernst van de pijn op een te simpele, ééndimensionale manier plaatsvindt en dat er altijd patiënten zullen zijn die de test niet (kunnen) begrijpen.

Bij kinderen maakt men gebruik van een plaatje met 'gezichtjes' met verschillende gelaatsuitdrukkingen, waaruit het kind dan het meest toepasselijke kiest (om de gelaatsuitdrukking van de patiënt weer te geven maakt men wel gebruik "gezichtjes"; voor meting van pijn bij kinderen worden de zogenaamde "smiley-zonnetjes" gebruikt.).


Meetvariabelen

Pijngedragingen kunnen op verschillende manieren worden gemeten.
Een aantal meetparameters zijn :
- aantal uren dat de patiënt per etmaal op bed doorbrengt
- geneesmiddelengebruik, welke en hoeveel
- A(ctiviteiten) D(agelijks) L(even)-niveau (ADL-niveau).
Bij chronische-pijnpatiënten kan het bijhouden van een pijndagboek veel informatie over pijnbeleving en pijngedrag opleveren.
Op voorgedrukte bladen kan de patiënt per dag opschrijven wat hij of zij deed (slapen, liggen, zitten, lopen) en kan hij of zij de pijnscore en het geneesmiddelengebruik noteren.
De voordelen hiervan zijn dat bij bezoek aan de behandelende arts het verslag van de pijn niet beïnvloed wordt door de pijn die de patiënt onlangs leed.
Verder geeft het een beeld van het activiteitenpatroon van de patiënt en de invloed van pijn hierop.
Het bijhouden van het dagboek is eenvoudig en geeft een indruk van het gedrag van de patiënt thuis.
Een nadeel kan zijn dat door het bijhouden van het dagboek de patiënt te veel geconfronteerd wordt met zijn pijn en pijnbeleving.
Bovendien vult de ene patiënt het dagboek waarschijnlijk trouwer en preciezer in dan een andere.


Meting van de kwaliteit van het leven

Pijnmeting geeft op zich onvoldoende informatie over de toestand van degene die aan pijn lijdt.
De vraag is wat voor gevolgen de pijn heeft op het leven van de patiënt.
Hoe gaat het op het werk, met het gezinsleven, hoe zijn de sociale contacten ?
Om 'de kwaliteit van leven' te meten, heeft men vele testen ontwikkeld.
De bekendste is de schaal volgens McGill, waarin aandacht wordt besteed aan de verschillende dimensies van het leven : het puur lichamelijke, het sociale gebeuren en de psychologie.
De mening van de familieleden en bekenden die in nauw contact staan met de patiënt en de mening van de behandelende artsen en paramedici moeten eveneens betrokken worden bij de meting van kwaliteit van leven.
Een vermindering van pijn volgens de VAS heeft slechts geringe betekenis als dit weinig of geen invloed heeft op de algemene kwaliteit van leven.
Zowel arts als patiënt kunnen dan niet tevreden zijn.
Andere mogelijkheden tot verbetering van de levenskwaliteit moeten dan worden nagegaan.

Einde citaat boek en vermelding op www.blog.seniorennet/jules   waarnaar wordt verwezen door dokter Michel Van Loo die de tekst copypaste heeft geciteerd op 10.2.2016

Mijn patiënten vertonen vaak onleefbare stress. Zij vragen me om raad en denken dat hun situatie uitzichtloos is tenzij ik een medicijn voorschrijf.

Kan de patiënt zichzelf genezen zonder de medicijnen zoals antidepressiva ? Er is hierover recent een interessant artikel verschenen in De Standaard in datum van 9 februari 2016.

Hierin word beschreven hoe de zieke zijn leven weer in handen kan nemen.

In de expertiseverslagen van dokter Chris Dillen - psychiater die voor rechtbanken optreedt - lezen we dikwijls dat het slachtoffer te veel wegzinkt in een passieve houding. Er is een 'coping' strategie tegenover persoonlijke moeilijkheden in het dagelijks omgaan met situaties, maar die verschilt van mens tot mens. Tot een bepaald niveau kan de mens zenuwachtige omstandigheden aan, dit verschilt per persoon. Dat is moeilijk meetbaar. In het verwerken van een ongeval met letselschade horen we in expertisevergaderingen dikwijls dat het niet kunnen verwerken van een ongeval verband houdt met oudere geestelijke ' sequellen'. Men vraagt dan het slachtoffer uit over haar/zijn verleden. Leefde die persoon voorfgaand het ongeval misschien in een bedreigende situatie: ouders, foute partner, problemen op de werkvloer ?

In het artikel in DE STANDAARD van 9 februari 2016 dat hierna wordt samengevat met eigen commentaren, lezen we dat je je eigen brein zelf kan
" bedraden". Elke Van Hoof is stressexperte en werd geïntervieuwd over het wapenen tegen ziekmakende stress.

Citaat: Wat langdurige stress met onze hersenen doet en hou je je daartegen kan wapenen ?

We zijn gemaakt voor stress. Voor veel stress zelfs. Alleen mag hij niet continu zijn.Als je je stressbrein de regie over je leven geeft wordt de wereld één grote bedreiging. Het goede nieuws ? Je kan je brein ook anders bedraden.

Stress is niet erg zegt Elke Van Hoof, stressexperte en professor aan de VUB. Er is geen enkele reden om stress te mijden.Stress houdt ons aan de gang. Allen: stress is een veelvraat , een zichzelf voedende neerwaartse spiraal. Als je met een gestresseerde bril naar de wereld kijkt, ziet de wereld er dreigender uit. Waardoor je van de slag nog meer stress ervaart. Waardoor elke kleine tegenslag als een trauma kan gaan voelen. Waardoor je…enzovoort, enzovoort.

In principe is ons lichaam perfect gewapend om met stress om te gaan. Ons reptielenbrein, goed voor de reflexen die ons vroeger tegen grote, snelle wilde beesten moesten beschermen, jaagt de stress aan-meteen, en in stevige pieken. Dat werkt op onze middenhersenen, nog zo'n stuk van de hersenen dat puur om emoties draait. ' Je zou die twee hersengebieden samen het stressbrein kunnen noemen" zegt professor Elke Van Hoof".

Aan de andere kant, vooraan in ons hoofd, zit de prefrontale cortex, die meer bewuste processen stuurt.

Relativeren en nuanceren bijvoorbeeld, en plannen, perspectief zien, maar dus ook onze emoties en instincten coördineren."

De stresshormonen, adrenaline, en cortisol, counteren ons lichaam met herstelhormonen. Tenminste, zolang het daar de kans toe krijgt. " Een gezonde stressrespons is kort en intens, en nadien val je terug naar het rustniveau. Dan kan het systeem de afvalstoffen verwijderen, en kunnen de herstelhormonen hun werk doen. Het probleem is dat onze stressoren tegenwoordig geen wilde beesten meer zijn, die opduiken en dan weer verdwijnen. De meeste dingen die ons stress geven, zitten tegenwoordig in ons hoofd. En die gaan niet weg. En zolang een negatieve overtuiging er zit, blijft ons emotionele brein die stressresponsen afvuren. Ons stressysteem staat aan of uit. Een beetje stress bestaat niet vanuit neurofysiologisch standpunt?"

En wat gebeurt er als ons stressbrein de hele tijd aan het stuur zit ?

Dan is de taakverdeling tussen het stressbrein en de prefrontale cortex niet meer helder. Als het stressbrein constant gestimuleerd wordt, blijft de rotisol aan de hippocammus plakken en valt hij stil. Dan heb je geen verweer meer tegen de stress. Je reageert alleen nog vanuit je overlevingsinstinct en emoties. Kortom, je wordt een kip zonder kop.

Vraag reporter: Hoe kan ik de regie teruggeven aan het denkende deel van mijn brein ?

" Je lichaam moet de tijd krijgen om te herstellen. Herstelhormonen maak je alleen als je ontspant, als je jezelf de tijd gunt om een goed gevoel over jezelf te ontwikkelen. Het is heel belangrijk dat je geregeld niks doet. Over de hele lijn kan je je voordeel doen met het besef dat neuronen die samen vuren, meer macht hebben. En hoe krijg je meer neuronen in je brein ? Door dat deel te trainen. Als je je stressbrein steeds de overhand laat halen, wordt dat alsmaar performanter. Maar als je prefrontale gebieden versterkt, krijgen die meer macht."

Vraag reporter: als stress op zich niet slecht is, hoe weten we dan of we te veel stress ervaren ?

"Dat is heel persoonsgebonden, maar als je je constant opgejaagd en angstig voelt, dan scheelt er iets. Er is een goede wetenschappelijke vragenlijst ontwikkeld, de Utrechtse burn-out schaal."

"Een goede indicator is ook je recuperatievermogen."

"Hoeveel precies te veel is valt moeilijk te voorspellen. Veel hangt af van je geschiedenis. Het kan ook van schijnbaar banale dingen afhangen. Bijvoorbeeld van de hoeveelheid fysieke stressfactoren die je te verwerken krijgt. Zo zijn mensen vanaf de geboorte van een tweede kind doorgaans kwetsbaarder. Dat ligt niet aan dat kind maar wel aan de leeftijd waarop mensen dat kind krijgen. Dat komt omdat je je leven moet herorganiseren, meer nog dan met een eerste kind. Maar het komt ook simpelweg omdat je twee kinderen hebt die virussen en bacterien mee naar huis brengen. Als je lichaam zich moet verweren heeft het stress."

"Dat soort signalen negeren wij vaak. Als jij met een verkoudheid gaat werken, zit je met een verhoogde hartslag achter je laptop, en daalt je draagkracht. Maar wie houdt daar rekening mee ?"

Vraag reporter krant: Hoe vaak moet ik niksen ? Een keer per week ? Een keer per dag ?

"Er is geen echte richtlijn voor maar toch minstens vijf minuten per dag.En wie het warm krijgt als hij dat hoort, zit in de problemen.

Dat is helaas de werkelijkheid. We kunnen het niet meer, we laten het niet meer toe. Mensen die ik vraag het te proberen zeggen dan dikwijls: " ja, maar dan krijg ik vanalle gedachten". Natuurlijk krijg je dan vanalle gedachten, dat is wat je hersenen doen. Maar jij beslist of je die gedachten aandacht geeft. Jij kunt beslissen of je die gedachten laat voorbij drijven zoals de wolken voorbij drijven aan de hemel.

Als je dat echt niet meer kan, dan kun je die gedachten snel opschrijven in een boekje, en ze dan loslaten. We moeten dat echt leren.Onze hersenen consolideren nieuwe kennis pas op momenten dat we niets doen. Het hoeft niet lang te duren. Doe het desnoods aan je bureau. Doe vijf minuten aan geleid dagdromen als je ergens mee klaar bent. Denk aan iets leuks, aan je laatste vakantie bijvoorbeeld."

Vraag reporter: in welke moeten werkgevers hierin hun verantwoordelijkheid nemen ? Heel wat mensen drijven zichzelf tot het uiterste omdat ze hun job goed willen doen, of omdat de baas de druk opvoert.

"Werkstress is altijd het resultaat van een complexe interactie tussen werknemer, werkgever en maatschappij. Maar ook in wat we onze maatschappij laten zijn, dragen we zelf een verantwoordelijkheid. Niemand verplicht je om een smartphone en daar drie uren per dag mee bezig te zijn. Die drie urren gun je je hersenen geen recuperatie.

De nieuwe wetgeving over psychosociaal welzijn is een grote stap in de goede richting. Er is een bewustwording, er is het besef dat het een gedeelde verantwoordelijkheid is. De werkgever moet ruimte en flexibiliteit bieden; de werknemer moet voor zichzelf kunnen zorgen en grenzen aangeven.

Technologische revoluties, zoals nu met de smart devices en het nieuwe werken, vergen altijd een aanpassing van de mens. Ook ten tijde van de industriële revolutie werd het verschijnsel burn-out beschreven."

DRIE TIPS OM DE REGIE OVER JE LEVEN WEER IN HANDEN TE NEMEN

Één.
Bewegen_- bewegen- bewegen ! Beweging gooit de cortisollen van de hippocampus, zodat die haar functiegoed kan opnemen en he stressysteem afremmen.

En spieropbouw bevordert serotonine, die je een goed gevoel over jezelf geeft. Doe het elke dag, ook als je 's avonds vermoeid thuiskomt.

Twee.

Houd de verwondering levend. Je moet toch bewegen dus begin met een wandeling tijdens de lunchpauze. En als je toch buiten bent, ga dan op zoek naar iets in de natuur wat je verwondert. Verwondering en nieuwsgierigheid activeren de prefontale gebieden. Doe geregeld iets nieuws.

Tip drie.

Schrijf elke dag drie dingen die goed gingen. Als je dat elke dag doet, rewire ( bedrading) je je brein ook. Je haalt je focus weg van het negatieve.Zeker mensen die diep zitten moeten weer leren wat positief is. In het begin is dat heel basic. ( ' de auto startte'). Maar na een week of drie-vier worden dat intense geluksmomenten. Ook dat is iets wat je traint. Duurzaam geluk situeert zich links inze prefrontale cortex. Snel genot niet, dat zit in ons emotiebrein.

De patiënten vragen zich af waarom in een expertiseverslag na arbeidsongeval enkel de arbeidsongeschiktheid wordt beschreven. Zij wensen ook vergoeding voor andere verliesposten dan enkel forfaitair loonverlies. Het bovenstaande is dus het antwoord: de werkgever is immuun dus hoeft de arbeidsongevallen verzekering niets anders te betalen.
In uitzonderlijke gevallen is de werkgever toch verplicht integrale schade te betalen. Dus in regel niet.
Daarom zal de medische expertise voor de arbeidsrechtbank nooit handelen over andere schade dan loonverlies, tijdelijke en blijvende arbeidsongeschiktheid in percentages uitgedrukt. Andere verliesposten worden in een procedure voor de rechtbank van eerste aanleg behandeld. Of een correctionele rechtbank als er een strafrechtelijk misdrijf is gebeurd.

Downlaod hier het volledige artikel van dokter Michel Van Loo

handicappedWanneer men spreekt over ‘de parkeerkaart voor personen met een handicap’ weet iedereen wel wat men daar mee bedoelt. Dat blauwe geplastificeerde kaartje met de afbeelding van een rolstoel. Toch blijken er nog heel wat vragen te bestaan over het gebruik van deze kaart, de voorwaarden, de rechten, enzovoort. We frissen hierna een en ander op.

 

Wie heeft recht op een parkeerkaart?


Personen die een officieel attest hebben van hun handicap. Hieruit moet blijken dat men beantwoordt aan één van onderstaande voorwaarden:
- minstens twee punten scoren op de rubriek verplaatsingsmogelijkheden bij de evaluatie van de zelfredzaamheid of minstens twaalf punten in totaal behalen (voor wie 21 jaar of ouder is) voor de dienst tegemoetkomingen
- minstens twee punten scoren in de categorie ‘mobiliteit en verplaatsing’ (voor kinderen jonger dan 21 jaar) voor de bijkomende kinderbijslag
- een erkenning hebben van 50% onderste ledematen (OL)
- een algemene erkenning van handicap hebben van minstens 80%
- volledig blind zijn
- volledig verlamd zijn of een amputatie ondergaan hebben aan beide bovenste ledematen
- oorlogsinvaliden met een invaliditeit van minstens 50%

 

Hoe geraak je aan een parkeerkaart?

 

Om een parkeerkaart te bekomen moet je zelf een aanvraag indienen want ze wordt niet automatisch opgestuurd. Een aanvraag doe je als volgt:
1. Als je nog geen geldig attest van je handicap hebt dan kan je een aanvraag voor een parkeerkaart indienen via je gemeente of mutualiteit. Je zal dan een ontvangstbewijs en een formulier ‘evaluatie van de handicap (parkeerkaart)’ ontvangen. Dit formulier stuur je ingevuld terug naar de FOD Sociale Zekerheid waarna je zal uitgenodigd worden voor een medisch onderzoek. Op basis van deze evaluatie zal beslist worden of je recht hebt. Zo ja, dan zal je een algemeen attest ontvangen met de erkenning van je handicap en zal de FOD de kaart laten aanmaken. Je hoeft verder niets te ondernemen, de parkeerkaart zal naar jou opgestuurd worden. Deze hele procedure kan ongeveer 4 maanden duren.

Let wel: als je nog geen geldig attest hebt en een aanvraag parkeerkaart doet, zal je enkel onderzocht worden op verplaatsingsmogelijkheden. Er zal dan geen volledig onderzoek gedaan worden om je algemene invaliditeit te bepalen.

2. Als je wel een geldig attest hebt van je handicap en je voldoet aan de voorwaarden voor een parkeerkaart, dan kan je een aanvraag indienen via het contactformulier op de website van de FOD (www.handicap.fgov.be → ‘e-mail ons’). Je kunt ook een telefonische aanvraag doen via het callcenter (0800 987 99) of per brief. Vermeld hierbij dat het gaat om een aanvraag parkeerkaart, geef je dossiernummer door en de instantie door wie je handicap erkend werd. Wanneer de FOD de aanvraag ontvangt en over voldoende informatie beschikt, zullen zij opdracht geven om de kaart aan te maken en naar jou op te sturen, op voorwaarde natuurlijk dat je voldoet aan de voorwaarden. Je zal de kaart dan ongeveer vier weken later ontvangen.

Let op: Heb je een geldig attest maar je voldoet niet aan de voorwaarden voor een parkeerkaart dan zal een aanvraag voor een parkeerkaart een volledige medische herziening tot gevolg hebben.

 

Welke voordelen biedt de parkeerkaart in België?

 

De parkeerkaart geeft aan de eigenaar van de kaart de volgende rechten:
- parkeren op een voorbehouden plaats
- onbeperkt parkeren in blauwe zones, waar voor anderen de parkeertijd beperkt is

Personen die in aanmerking komen voor een mobiliteitshulpmiddel kunnen eveneens in aanmerking komen voor een parkeerkaart mits zij een gunstig advies hebbe van de medisch-adviseur van het RIZIV en dus een bewijs toelating aankoop mobiliteitshulpmiddel kunnen doorgeven. Dit is een nieuwe afspraak tussen de ziekenfondsen en de FOD sociale zekerheid.

 

Enkele misverstanden en veel gestelde vragen.

 

Gratis parkeren?
Vooral rond het gratis parkeren bestaan nogal wat misverstanden. Een parkeerkaart geeft immers niet altijd recht om gratis te parkeren! Elke gemeente bepaalt hierover zelf zijn beleid. Op de parkeermeter kan je aflezen of gratis parkeren toegestaan is. Wordt er niets vermeld, dan mag je er vanuit gaan dat je ook met een parkeerkaart moet betalen. Wil je graag vooraf weten of er in een bepaalde gemeente moet betaald worden, dan neem je best contact op met het gemeentebestuur.

 

Moet je met een parkeerkaart altijd op een voorbehouden plaats parkeren?
Neen, dit moet niet! Als persoon met een handicap mag je, zoals iedereen, overal parkeren waar het toegelaten is. voordeel is dat je ook mag parkeren op een voorbehouden parkeerplaats. Let er dan wel op dat je steeds je kaart op de juiste manier gebruikt want anders kan je voor onaangename verrassingen komen te staan.

 

Hoe moet je de kaart in de wagen leggen?
Wanneer je je parkeerkaart gebruikt moet je ze goed zichtbaar, met de afbeelding van de rolstoel naar boven, achter de voorruit leggen. Ga je naar het buitenland maar nog wel binnen de Europese Unie? Dan kan je de folder die werd uitgegeven door de Europese Commissie aanvragen. Deze kan je naast je parkeerkaart op het dashboard leggen als bewijs dat je parkeerkaart overeenkomt met het Europees model. Deze folder kan je opvragen bij de FOD Sociale Zekerheid zelf. Dit kan telefonisch op het nummer 0800 987 99 of via het contactformulier ‘e-mail ons’ op de website www.handicap.fgov.be. Voor landen buiten de Europese Unie vraag je best informatie op bij de betrokken ambassade.

 

Mag iemand anders mijn parkeerkaart gebruiken?
Neen, dit mag niet. De parkeerkaart is persoonlijk en mag enkel gebruikt worden wanneer je zelf de wagen bestuurt of wanneer je als passagier meerijdt. In welke auto je de kaart gebruikt speelt geen rol want de kaart is niet gekoppeld aan een bepaalde wagen.

Wat gebeurt er als de politie iemand betrapt op het onrechtmatig gebruik van jouw kaart?
In dat geval kan de kaart voor zes maanden ingetrokken worden en volgt een boete.

Kan een voorziening voor personen met een handicap een parkeerkaart aanvragen voor het busje waarmee ze vervoer organiseren?
Neen, want zoals hierboven gezegd is de parkeerkaart persoonlijk. Een voorziening die vervoer organiseert kan wel de kaart gebruiken van één van haar passagiers op voorwaarde dat die persoon ook effectief aanwezig is het busje. Hetzelfde geldt voor ouders van een kind met een handicap. Enkel wanneer hun kind in de auto aanwezig is mogen de ouders de parkeerkaart van hun kind gebruiken.

 

Wat gebeurt er als de eigenaar van de kaart is overleden?
Bij een overlijden moet de parkeerkaart teruggestuurd worden naar de FOD Sociale Zekerheid. Het adres waarnaar de kaart moet gestuurd worden vind je vooraan op de parkeerkaart.

 

Is je kaart vervallen of beschadigd?
Dan kan je een nieuwe aanvragen. De procedure is dezelfde als eerder beschreven.

 

Hoe komt het dat sommige kaarten een vervaldag vermelden en andere niet?
Bij het onderzoek naar het recht op een parkeerkaart wordt beoordeeld of je handicap definitief is of dat er nog evolutie mogelijk is. In het eerste geval heb je recht op een parkeerkaart voor onbepaalde duur en blijft de kaart onbeperkt geldig. In het tweede gaval moet de handicap mogelijk opnieuw geëvalueerd worden en daarom krijg je een kaart met beperkte geldigheid. Je moet een verlenging tijdig aanvragen om te voorkomen dat je enige tijd zonder geldige kaart zit. Denk er aan, de FOD Sociale Zekerheid stelt je hiervan niet automatisch op de hoogte, je moet het dus zelf in de gaten houden!

 

Mag iemand anders gebruik maken van de voorbehouden plaats voor mij deur?
Ja, iedereen die een geldige parkeerkaart heeft mag op een voorbehouden plaats parkeren, ook al heb jij destijds bij de gemeente hiervoor een aanvraag gedaan. De voorbehouden plaats is nooit persoonlijk.

Met andere vragen over de sociale wetgeving kan je terecht bij de medewerkers van Sociaal Dienstbetoon in jouw provincie of op de dienst maatschappelijk werk van de mutualiteit waarbij je aangesloten bent.

StartVorige123VolgendeEinde
Pagina 1 van 3

Copyright © 2013. All Rights Reserved.