Centrum Letsel & Schade

Specialist verzekeringsgeneeskunde en medische expertise

Toon items op tag: arbeidsongeschiktheid

De OBSI (officiële Belgische schaal tot vaststelling van de graad van invaliditeit) is niet dwingend. Het is oude een tekst uit het Belgisch Staatsblad om de oorlogsslachtoffers te vergoeden. Het vormt voor de verzekeringsmaatschappijen een leidraad om de definitieve vergoedingen voor te stellen in de wettelijke overeenkomst- vergoeding.

Het begrip blijvende arbeidsongeschiktheid heeft niet dezelfde betekenis in het strafrecht, het burgerlijke aansprakelijkheidsrecht en het arbeidsongevallenrecht. De toekenning in gemeenrecht van een bepaald percentage blijvende arbeidsongeschiktheid is dan ook niet determinerend inzake arbeidsongevallen. Dit betekent dat volgens wet arbeidsongevallen het begrip arbeidsongeschiktheid anders kan zijn dan in gemeen recht.

Wat is gemeen recht?

Het slaat op elke verliespost die niet in de wet arbeidsongevallen kan vergoed worden. 

In wet arbeidsongevallen is de OBSI /de officiële Belgische schaal tot vaststelling van de graad van invaliditeit niet dwingend van toepassing. Wanneer een zaak in een expertise voor de arbeidsrechtbank wordt behandeld dan zal de OBSI slechts een illustratie zijn. Het slaat alleen op puur lichamelijke ongeschiktheid. Niet arbeidsongeschiktheid.

Het is normaal dat het percentage ongeschiktheid dat voor een bepaalde verwonding wordt toegekend niet overeenkomt met de graad van economische ongeschiktheid. Dit wil zeggen, verlies van potentieel op de arbeidsrechtbank.

Wat wordt hierover geschreven in de rechtsleer?

Hieronder citeren we:
1. Ankaert
2. V. Verdeyen
3. J.Put in arbeidsongevallen, ARON aflevering 54 (augustus 2019)

Citaat:” (1) De vaststelling dat de aansprakelijke derde enkel werd veroordeeld wegens het toebrengen van slagen en verwondingen zonder blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid verhindert de arbeidsrechtbank dan ook niet een deskundige aan te stellen om na te gaan of de getroffene voor de toepassing van de Arbeidsongevallenwet een blijvende arbeidsongeschiktheid vertoont. (2) De officiële Belgische schaal tot vaststelling van de graad van invaliditeit (OBSI) is niet imperatief van toepassing in de arbeidsongevallenwetgeving en vormt daar slechts een gewone aanwijzing; (3) en dan alleen nog maar voor de zuiver fysieke ongeschiktheid. (4) Het percentage ongeschiktheid dat in die schaal wordt toegekend voor een bepaald letsel, komt daarom niet overeen met de economische ongeschiktheid. (5)

Een expertiseverslag van een wetsdokter die in opdracht van de rechtbank een deskundig onderzoek uitvoert, vormt een advies voor de rechtbank. Het heeft niet de kracht van een bindend expertiserapport voor de rechtbank. Het is de arbeidsrechtbank die vaststelt wat de weerslag is van de fysieke invaliditeit op het economisch potentieel.

Wanneer de rechtbank en de advocaten van beiden partijen het advies van de expert aannemelijk vinden, dan is er sprake van bekrachtiging van deskundig verslag. Voor de gerechtsdienaars citeer ik hierna de toepasselijke rechtspraak zoals te vinden in JURA - KLUWER digitale bibliotheek 
(6)Arbh. Brussel 20 september 1974, AR nr. 1289, onuitg.; Arbh. Brussel 10 januari 2011, Soc.Kron. 2011, 258; Arbh. Brussel 26 november 2012, RGAR 2013, afl. 6, nr. 14992.
(7)Arbrb. Charleroi 18 februari 1971, TSR 1972, 54; Arbh. Brussel 26 juni 2006, onuitg.
(8)Arbh. Brussel 11 februari 1980, RGAR 1981, nr. 10321.

Het is de taak van de rechtbank om de vermindering van de waarde op de arbeidsmarkt te beoordelen. Om de kansen van nieuwe aanwerving bij een andere werkgever af te wegen zal de rechtbank rekening houden met sociaal-economische factoren. Die toetsstenen zijn niet wettelijk vastgelegd.

Het is een steeds weerkerende vraag die patiënten bij behandelende artsen en raadsdokters stellen: “dokter, waarop is dat percentage van x % dan gebaseerd ? Zal ik dat % aannemen?” Hierop kan geen rekenkundig antwoord op worden gegeven. De experten hebben geen exacte meetlat. En als het dan toch met een meetlat moet gequoteerd worden dan spelen de volgende rekbare begrippen mee.
Een mengeling van waardering van de volgende parameters:
 vakkennis
 behaalde diploma’s
 reeds doorlopen carrière
 leeftijd
 omscholingsmogelijkheden (Nederlandstalig?, kan met de pc werken?, geletterd of niet?)
 de economische situatie, conjunctuur (niemand weet of er nog pandemieën volgen die onze economie blokkeren)

Wat is hierover in de rechtsleer te vinden?

We citeren ARON, ibidem blz 147

Hoe vakkundig de arts-deskundige ook is op medisch vlak voor het beoordelen van de fysieke invaliditeit, toch komt het aan de rechter toe de weerslag van de fysieke invaliditeit op het economisch potentieel te bepalen (6), eventueel na aanstelling van een andere deskundige. (7) Het verslag van de deskundige geldt als advies waarvan het de rechter vrij staat af te wijken. Om de heraanwervingskansen van de getroffene te bepalen en de socio-economische factoren vast te stellen die zullen moeten in acht genomen worden om de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid te ramen, kan de rechter een psychotechnicus aanstellen, die geen arts is, voorzover de opdracht die hem wordt toevertrouwd geen medisch karakter heeft. (8) De psychotechnicus, be-last met de weerslag van de economische en sociale factoren, mag in de beoordeling van de kansen tot herklassering van de getroffene evenwel de ongeschiktheden, voort-spruitend uit de medische invaliditeit, niet miskennen. De verschillende elementen die de arbeidsongeschiktheid uitmaken, vormen een geheel dat moeilijk te splitsen is. (9)

Er is een schrijnend tekort aan de zogenaamde psycho technici om de rechtbank advies te geven. In Vlaanderen wordt soms ergoloog Eric Brosens te Edegem aangesteld. Deze is een jurist die zich verder heeft bekwaamd in ergologie. Deze ergoloog wordt “domeindeskundige genoemd”.  Hij kan als expert door de gerechtsdeskundige voor bijstand worden ingeschakeld.

Als specialist verzekeringsgeneeskunde had ik de eer om doortastende studies van deze ergoloog te verwerken in mijn adviezen voor de slachtoffers en rechtbanken. In de rechtspraak van de arbeidsrechtbanken en arbeidshoven in gans Vlaanderen merken we meer en meer dat de magistraten meer oog willen hebben aan de concrete arbeidssituatie op de algemene arbeidsmarkt. Door de toename van personeel uit bijvoorbeeld de Oostbloklanden, met een specifieke vakkennis op de meest uiteenlopende domeinen, wordt de concurrentiepositie vanuit een andere optiek bekeken. Bijvoorbeeld vitale zestig minners bieden hun skills aan in sectoren met knelpuntberoepen. Bijvoorbeeld de hoefsmid voor de manèges van de politie en private manèges, kraanmannen en kraanvrouwen in de havens van Antwerpen en Zeebrugge die geen last hebben van hoogtevrees. Of sterke mannen die onze grachten graven voor bekabeling onder voetpaden.

Volgens de Belgische grondwet mag er niet gediscrimineerd worden. de nationaliteit mag geen factor zijn bij het evalueren van het concurrentievermogen op de arbeidsmarkt. In wezen kan het niet meespelen bij het bepalen van de blijvende arbeidsongeschiktheid. In het algemeen wordt de nationaliteit van het slachtoffer uit de beoordeling geweerd. Daarover bestaat rechtsleer en rechtspraak die we in dit kort bestek achterwege laten. Het is te raadplegen in AARON ibidem blz.153.

We kunnen niet naast het feit dat de arbeidsmarkt volledig in beweging is. Volgens de krant de standaard spreekt 1 op 2 kinderen in een lagere school van de stad Antwerpen thuis geen Nederlands als moedertaal.

In een aparte titel worden de toetsstenen van sociaal-economische aard behandeld. Zie hierover ook mijn e-book: “ Expertise arbeidsongevallen in mensentaal” www.centrum-letselschade.be”.

U is langdurig ziek. U krijgt een oproeping om te zien of u terug kan gaan werken in een of andere functie. Sommige van mijn patiënten zijn twijfelgevallen: geen zware arbeidsongeschiktheid en dus mogelijk inzetbaar in een lichtere job met weinig fysieke inspanningen.

Er bestaan veel lichte functies waarin invaliden kunnen ingeschakeld worden.

De adviserende arts van de ziekte- en invaliditeitsverzekering is een van de partijen die een re-integratietraject kan opstarten. Hoe gaat dat in zijn werk? Wat is het verschil met trajecten die door werkgever of werknemer worden opgestart?

Hoe word ik betaald ?

De re-integratiewetgeving laat niet alleen werknemers en werkgevers toe om op eigen initiatief een traject op te starten voor een langdurig zieke werknemer. Ook de adviserende arts van de mutualiteit kan dat doen.

Waarom start de mutualiteit een re-integratietraject?

Vanuit de FOD Volksgezondheid hebben de mutualiteiten objectieven gekregen om langdurig zieken te re-integreren. Eind 2018 werd ongeveer 17% van de re-integratietrajecten opgestart door de mutualiteit. Een cijfer dat nog zal toenemen.

Hoe wordt dat opgestart ?

Een eerste selectie door de mutualiteit bepaalt welke langdurige zieke werknemers in aanmerking komen.

De eerste maand dat een werknemer uitvalt en niet kan komen werken valt hij terug op gewaarborgd loon. De werkgever betaalt hem of haar in die periode verder uit.

Vanaf de tweede maand ziekte voorziet de mutualiteit in een uitkering. Op het einde van de tweede maand gaat ze na of de werknemer binnenkort opnieuw aan de slag kan. Is dat binnenkort het geval (bv. na een gebroken been), dan gebeurt er verder niets. Kijkt de werknemer aan tegen een (zeer) lange revalidatie (bv. therapie na kanker), dan is een re-integratietraject ook niet aan de orde. Alle andere situaties van langdurige ziekte komen wel in aanmerking.

De adviserende arts stuurt deze medewerkers door naar de bedrijfsarts. Die laatste beoordeelt of er van re-integratie sprake kan zijn.

Geen voldoende “ verlies van economisch vermogen”: wat betekent dat ?

De wetgeving rond ziekte- en invaliditeitsuitkeringen bepaalt dat artsen van de mutualiteit het ‘economisch vermogen’ van werknemers in verhouding tot hun gezondheid kunnen beoordelen.

Om geschikt te zijn voor de arbeidsmarkt, moet een werknemer minstens 66% arbeidsgeschikt zijn. De eerste zes maanden kan bekeken worden of het nog mogelijk is om binnen de eigen beroepscategorie te worden tewerkgesteld. Daarna wordt breder op de arbeidsmarkt gekeken.

Zo kan het gebeuren dat in de loop van een re-integratietraject de mutualiteit constateert dat er geen economisch onvermogen meer is. De werknemer wordt op dat moment geschorst door de mutualiteit en verliest zijn uitkering. Omdat het over een lopend re-integratietraject gaat, springt de RVA financieel bij. De werkgever moet dan een C3.2 uitschrijven, vanwege overmacht door tijdelijke werkloosheid.

Ook tijdens een re-integratietraject dat niet door de mutualiteit is opgestart, kan de mutualiteit vaststellen dat er geen 2/3de economisch onvermogen meer bestaat.

Wie betaalt de kosten van een door de mutualiteit opgestart re-integratietraject?

De welzijnswetgeving bepaalt dat de werkgever de kosten moet dragen van de verplichte medische onderzoeken in het kader van de welzijnswetgeving. Dat geldt dus ook voor het re-integratieonderzoek, ongeacht wie het aangevraagd heeft.

Is er een verschil met trajecten die opgestart worden door werknemer of werkgever?

In principe niet. Er is wel een uitzondering. Wanneer de adviserende arts een traject opstart dan neemt de bedrijfsarts geen beslissing E (re-integratie nog niet mogelijk om medische redenen).

Voor betwistingen kan u bij de arbeidsrechtbank terecht.. Het is aangewezen op een advocaat te nemen die ervaring heeft in medisch recht en verdediging slachtoffers. Dat heet “ letselschade advocaat “.

De bedoeling van dit boekje is om het slachtoffer wegwijs te maken. 

In mensentaal !

Dokter Mike-Michel Van Loo en collega’s van Centrum Letsel&Schade Expertise hebben een jarenlange ervaring in de behandeling van dossiers van arbeidsongevallen. Uit de grote hoeveelheid archief materiaal is een keuze gemaakt. De meest voorkomende vragen sinds jaren therapie en verdediging zijn opgelijst.

Met de bedoeling het slachtoffer snel en doeltreffend te helpen werden in dit boekje de voornaamste pistes opgenomen. Er worden bewust bepaalde onderwerpen overgeslagen (zoals het dodelijk ongeval). Ook berekeningswijzen van wettelijke vergoedingen laten we over aan de gespecialiseerde diensten. We bedanken nogmaals de maatschappelijk werkers van het FONDS ARBEIDSONGEVALLEN ( thans Fedris) die kosteloos de slachtoffers te woord staan in de regionale loketten.

In de schoot van INSTITUUT MEDISCHE VERDEDIGING is het initiatief ontstaan om de patiënt in gewone mensentaal te documenteren. Er is in de werkgroep vastgesteld dat dezelfde vragen systematisch voorkomen in het dokterskabinet. Deze samenvatting zal nuttig zijn voor elke arts, kinesist, maatschappelijk werker. We kunnen niet voor iedereen een volledig antwoord geven.

In een streven naar eenvoud wordt eenvoudige terminologie gebruikt. De vakpersonen die in dit boek daar wel naar zoeken vinden zeker hun gading in de databanken van de gespecialiseerde bibliotheken, google, allerhande publicaties. We kunnen de vaklieden zoals dokters, advocaten, vakbonden, via andere wegen zeker helpen bij het opstellen van vorderingen voor de rechtbank. Wij doen de medische omkadering. We geven ook bijstand voor het goed verloop van de medische expertise.

Voor degene die meer gedetailleerde informatie wil: u kan ons team van Centrum Letsel Schade Expertise via mail vragen stellen. Al degenen die werkzaam zijn in de behandeling van arbeidsongevallen worden uitgenodigd om ons te documenteren met informatie die voor ons boekje van dienst kan zijn. Het slachtoffer is ermee gediend. De geneeskunde evolueert . Nuttige voorbeelden uit de rechtspraak en expertise beslissingen zijn welkom. Stuur ons uw opmerkingen gerust op. We houden ook rekening met uw correcties of vernieuwingen die ons worden gesignaleerd.

Dokter Michel Van Loo

Dokter Jan Claessens

Dokter Serge Privalenko

Met dank aan advocaat Ward Van Loo. Deze letselschade advocaat werkte mee aan de informatie rond wetgeving.

---

U kan het ebook door hier te klikken gratis downloaden.

Als u na een arbeidsongeval hulp van iemand anders nodig hebt om dagelijkse handelingen uit te voeren (bijvoorbeeld om u te wassen, te eten of u te verplaatsen), kan de deskundige dokter van de rechtbank of de medische dienst van de verzekeringsmaatschappij beslissen om u een aanvullende vergoeding toe te kennen: de vergoeding voor hulp van derden.

Die vergoeding moet hulp van een derde financieren. Daarom ontvangt u hem niet langer zodra je 91 opeenvolgende dagen gehospitaliseerd bent.

Hoe wordt de hulp van derden geschat?

De dokter baseert zich op een rooster met een aantal stellingen over 6 essentiële handelingen in het dagelijkse leven:

  1. u verplaatsen;
  2. voedsel nuttigen of bereiden;
  3. voor jouw persoonlijke hygiëne instaan en je kleden;
  4. uw woning onderhouden en huishoudelijk werk verrichten;
  5. leven zonder toezicht, je bewust zijn van gevaren en gevaar kunnen vermijden;
  6. kunnen communiceren en sociaal contact hebben.

Hoe beperkter die mogelijkheden, hoe meer hulp van derden u nodig hebt en hoe hoger de vergoeding die u wordt toegekend.

Hoe wordt de vergoeding voor hulp van derden berekend?

Het maximale jaarlijkse bedrag van de vergoeding voor hulp van derden bedraagt 12 keer het gewaarborgde gemiddelde minimummaandinkomen. Dat wordt bepaald door de Nationale Arbeidsraad en wordt regelmatig geïndexeerd.

De vergoeding voor hulp van derden kan ook worden verminderd als u door een nieuwe prothese minder hulp van derden nodig hebt.

Van die vergoeding worden geen socialezekerheidsbijdragen en geen bedrijfsvoorheffing afgehouden.

 

Besluit: u laat zich best op voorhand beraden door een onafhankelijk expert verdediging letselschade.

U hebt als slachtoffer een arbeidscontract. U is ten laste van het ziekenfonds. Het ziekenfonds beslist na een termijn dat u terug moet kunnen werken.

U betwist de verplichte tewerkstelling. U tekent hoger beroep aan bij de arbeidsrechtbank.

Wie betaalt wat ondertussen, in afwachting van een vonnis van de arbeidsrechtbank ?

U hebt bijvoorbeeld een gebroken arm opgelopen door een privaat ongeval thuis.Na een operatie en 3 maanden herstel lijkt alles terug in orde te zijn. Dat vindt ook de adviserend geneesheer van het ziekenfonds: de werknemer kan weer gaan werken. U is van mening dat u nog niet kan gaan werken. U vreest dat uw pijn nog kan verergeren. Of u is bang dat de arm nog niet sterk genoeg is om het werk te hervatten...

De arbeidsgeneesheer oordeelt dan ook dat de werknemer helemaal nog niet kan gaan werken. Waarvan moet u als slachtoffer dan leven in afwachting van het moment dat dit allemaal wel terug lukt? 

Procederen tegen het ziekenfonds

De beslissing van het ziekenfonds om geen uitkeringen meer te betalen, kan men aanvechten bij de arbeidsrechtbank. De procedure kan een lange tijd in beslag nemen. Als u geen vordering stelt dan valt u figuurlijk tussen twee stoelen.

De RVA is een vangnet. U behoudt uw arbeidscontract, de RVA betaalt voorlopige uitkeringen. Dit gebeurt in afwachting van een vonnis.

Uitkeringen van de RVA: het principe

De RVA kent een systeem van zgn. tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Iemand die geen uitkeringen meer krijgt van het ziekenfonds, maar toch nog niet in staat blijkt om zijn job te doen, kan daar een beroep op doen. Dit heeft te maken met het feit dat ‘arbeidsongeschikt zijn’ in het kader van de ziekteverzekering niet hetzelfde is als voor de Arbeidsovereenkomstenwet. In het eerste geval beoordeelt men het algemener (= 66% of meer van zijn vermogen tot verdienen verloren zijn) dan in het tweede geval (= kan men zijn normale taken nog uitoefenen?).

U­itkeringen we­­gens overmacht staat nu ook open in de eerste 6 maanden van de arbeidsongeschiktheid.

Voorwaarden. De RVA kan de werknemer ook zelf aan een onderzoek onderwerpen.

Wanneer de RVA arts dezelfde mening toegedaan is als die van het ziekenfonds dan valt de werknemer alsnog tussen ‘drie’ stoelen. Om dat te vermijden, vraagt men het best eerst de mening van de arbeidsgeneesheer. Als die oordeelt dat men nog arbeidsongeschikt is, dan komt er zelfs geen onderzoek. Daarnaast zal de werknemer ook enkel uitkeringen krijgen als het voor de RVA duidelijk is dat er geen (lichter) vervangingswerk voorhanden is. In dat opzicht kan een verklaring van u dan weer wonderen doen.

Uitkeringen van de RVA: praktisch

De uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid wegens overmacht bedragen 65% (gezinshoofd) of 60% (an­­deren) van het (tot € 1.178 begrensde) brutoloon. De aanvraag moet gebeuren via een formulier C 3.2, de vakbond van de werknemer of uw sociaal secre­­tariaat kennen die procedure wel. Let op! Het gaat om uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid, men kan dit stelsel dus niet eindeloos ‘genieten’. Het heet “ voorlopige werkloosheidsuitkeringen wegens overmacht”.

 

Besluit: de arbeidsgeneesheer speelt hierin een belangrijke rol. De bijstand door een eigen expert, onafhankelijke raadsdokter, is voor het slachtoffer een grote hulp en steun.

De VDAB (Vlaamse dienst voor arbeids bemiddeling) publiceerde een lijst met codes van de problematieken voor de indicatie van arbeidshandicap en de toekenning van het recht op bijzondere tewerkstellingsmaatregelen.

Klik hier voor deze lijst.

Op dezelfde webpagina van de VDAB (klik hier) kan u tevens het standaard formulier vinden voor de aanvraag tot medisch / psychisch / psychologisch advies. In het kader van de ondersteuning van personen met een arbeidshandicap door VDAB/GTB op het vlak van tewerkstelling, is deze verklaring nodig met betrekking tot de medische / psychische / psychologische moeilijkheden personen ondervinden op de arbeidsmarkt.
Om deze personen gepast te begeleiden is het belangrijk dat deze beperkingen worden bevestigd door een arts (specialist).

De vergoeding van een arbeidsongeval is volledig verschilend van een vergoeding in gemeen recht. We gaan het hier uitsluitend hebben over een arbeidsongeval.

In mijn praktijk als raadsdokter moet ik met de patiënt beslissingen treffen. De patient komt me vragen of hij een beslissing van de arbeidsongevallen verzekering zou aanvechten en vraagt aan de raadsdokter expert welk geld hij zal ontvangen.

Er wordt dan met de patiënt een afweging gemaakt over het al dan niet aannemen van een vergoedingsvoorstel. De dokter begeleidt de patiënt in het nemen van een beslissing over ja dan neen aanvechten van een voorstel van de verzekering.

In bijlage kan u een lijst vinden van aandoeningen waarvoor u een aanvraag "beroepsziekte" kan doen: de lijst van de beroepsziekten die aanleiding geven tot een schadeloosstelling.

Wil u meer informatie? Aarzel dan niet mij te contacteren...

Klik hier om deze als pdf bestand te verkrijgen.

 

 

medischdiversLichamelijk restletsel na een verkeersongeval bijvoorbeeld kunnen aanleiding geven tot Invaliditeit/Arbeidsongeschiktheid.

De raadsdokter van de Verzekering van de tegenpartij zal na verloop van tijd de zaak afsluiten (\"consolideren\"). Deze besluiten zijn belangrijk, immers ze geven weer hoe men uw letsels inschat:

  • de tijdelijke invaliditeit (T.I.),
  • tijdelijke huishoudschade,
  • tijdelijke persoonlijke schade,
  • blijvende  invaliditeit (B.I.) ,
  • tijdelijke arbeidsongeschiktheid (T.A.O),
  • blijvende arbeidsongeschiktheid (B.A.O.),
  • blijvende huishoudschade,
  • blijvende persoonlijke schade,
  • meerinspanningen,
  • littekens,
  • hulp van derden,
  • toekomstige  verslechtering (Voorbehoud voor de Toekomst), etc ...


De verzekeringsmaatschappij van de tegenpartij stuurt dan meestal een regelingsvoorstel op.

Bent u het niet eens met het voorgestelde bedrag, dan kunt u zich via uw rechtsbijstandverzekering laten bijstaan door een eigen raadsgeneesheer, die de percentages invaliditeit  dan terug herevalueert en een eigen consolidatiebesluit opstelt.

Wanneer er met de verzekeraar overeengekomen wordt om een minnelijke medische expertise (\"M.M.E.\") uit te voeren, gaan beide experten samen met het slachtoffer rond de tafel gaan zitten om uw dossier in gezamenlijk overleg af te sluiten in uw voordeel.  

Er is een uitweg voorzien als er geen overeenstemming kan bereikt worden tussen de geneesheren-deskundigen. In die (uitzonderlijke) gevallen  treedt daarbij dan een derde dokter op, die in onderling overleg wordt gekozen.

Zo\'n minnelijke medische expertise biedt het voordeel dat er een evenwichtig gesprek plaatsvindt tussen twee evenwaardige medische experts. Uw eigen bijstandsarts heeft mee beslissingsrecht. U staat dus niet langer alleen tegenover een verzekeraar.

De begrotingswijze van de schade voortvloeiend uit lichamelijk letsel verschilt naargelang de schade zich situeert in de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid, dan wel wanneer het een blijvende arbeidsongeschiktheid (of invaliditeit) betreft.

Men spreekt van tijdelijke arbeidsongeschiktheid in de periode volgend op het ongeval waarin de lichamelijke letsels, opgelopen door het slachtoffer, nog aan evolutie onderhevig zijn. Deze periode loopt tot op de consolidatiedatum, of met andere woorden het moment waarop de toestand van het slachtoffer gestabiliseerd is, hetzij omdat hij volledig genezen is, hetzij omdat verder herstel weinig waarschijnlijk is.

De blijvende invaliditeit begint te lopen op de consolidatiedatum en is - de term zegt het zelf - permanent.

Aangezien de toestand van het slachtoffer tot op de consolidatiedatum aan wijzigingen onderhevig is, is een expertise pas zinvol na de consolidatiedatum. Pas dan zal een expert zicht hebben op de blijvende invaliditeitsgraad in hoofde van het slachtoffer.

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

1. Materiële schade

A. Loonverlies

De basis voor de begroting van de materiële schade voortvloeiend uit tijdelijke arbeidsongeschiktheid verschilt, naargelang het slachtoffer een weddetrekkende of een zelfstandige is. Weddetrekkenden Schade ingevolge tijdelijke arbeidsongeschiktheid van een weddetrekkende wordt berekend op basis van het inkomen op de dag van het ongeval.

In de rechtspraak is herhaaldelijk de vraag gerezen of deze schade moet begroot worden in functie van het bruto, semi-bruto of netto inkomen van het slachtoffer.

Het Hof van Cassatie heeft inmiddels herhaalde keren geoordeeld dat de schadevergoeding niet mag begroot worden op basis van het bruto-inkomen, tenzij de rechter vaststelt dat de sociale en fiscale lasten, die het slachtoffer zal moeten betalen op de schadevergoeding gelijk zijn aan deze verschuldigd op zijn loon.

Op de schadevergoeding zijn geen RSZ-bijdragen verschuldigd, zonder dat dit leidt tot een verlies van sociale voordelen. Voortgaand op deze vaststelling hanteert een meerderheid in de rechtspraak het semi-brutoloon, nl. het loon verminderd met RSZ-bijdragen, als maatstaf bij de begroting van het inkomensverlies ingevolge een tijdelijke arbeidsongeschiktheid.
Er is op dit punt echter geen volledige unanimiteit in de rechtspraak. Zo zijn er rechtbanken die uitgaan van het nettoloon en voorbehoud maken voor eventuele fiscale en sociale lasten die hierop zouden drukken.

Zelfstandigen. Veel meer dan bij weddetrekkenden is het inkomen van zelfstandigen aan fluctuaties onderhevig. Daarenboven brengt een arbeidsongeschiktheid niet noodzakelijk een proportioneel inkomensverlies met zich mee. Soms blijft het inkomen zelfs ongewijzigd omdat het bedrijf van het slachtoffer door personeel of collega\'s verder draaiende wordt gehouden.

Is er toch een inkomensverlies, dan kan het inkomen op het ogenblik van het ongeval voor deze professionele categorie een vertekend beeld geven van het daadwerkelijk geleden inkomstenverlies. Om deze reden neemt men bij zelfstandigen als basis voor de schadeberekening vaak een gemiddeld inkomen gedurende een bepaalde referentieperiode (door de rechter bepaald). Doorgaans wordt het netto-inkomen als basis genomen en wordt dit - mits voorlegging van stavingstukken - verhoogd met de vaste kosten die hoe dan ook verschuldigd zijn, zelfs als men geen activiteit kan uitoefenen (bvb. huur kantoorruimte).
Om de schade voortvloeiend uit de tijdelijke arbeidsongeschiktheid te begroten, gaat men vervolgens het basisinkomen vermenigvuldigen met de in het expertiseverslag weerhouden graad van arbeidsongeschiktheid. De uitkeringen die het slachtoffer van het ziekenfonds heeft ontvangen moeten in mindering gebracht worden op de volgens voorgaande formule berekende schadevergoeding.

B. Economische waarde huisvrouw / huisman

Alhoewel een huisvrouw voor haar huishoudelijke taak geen vergoeding ontvangt, vertegenwoordigt haar werkzaamheid een economische waarde. Wanneer zij deze ingevolge een tijdelijke arbeidsongeschiktheid niet meer kan uitoefenen, heeft zij recht op een schadevergoeding voor materiële schade.

De begroting hiervan stelt weinig problemen wanneer de taken van de huisvrouw bij volledige arbeidsongeschiktheid door derden, tegen betaling, worden overgenomen. In voorkomend geval zullen deze kosten integraal door de aansprakelijke gedragen moeten worden.

Indien de taken worden overgenomen door iemand anders binnen het gezin of indien de huisvrouw, ondanks haar arbeidsongeschiktheid, zelf deze taken blijft vervullen, wordt een forfaitaire vergoeding toegekend.

De Indicatieve Tabel voorziet een vergoeding van 700 fr. per dag voor een gezin zonder kinderlast. Voor een gezin met maximum twee kinderen wordt een forfaitaire vergoeding van 1.000 fr. per dag voorzien. Per bijkomend kind stijgt dit bedrag met 200 fr. Deze bedragen gelden voor een arbeidsongeschiktheid van 100 %. Bij lagere percentages worden ook de vergoedingen proportioneel verminderd.

Er zal een verdeling gebeuren van de hierboven aangehaalde waarden wanneer beide partners uit werken gaan, a rato van hun beschikbaarheid voor het huishouden. Anderzijds zullen de basistarieven met 25 % verhoogd worden indien de huisvrouw alleenstaande is (gescheiden, weduwe, ... ).

C. Materiële schade wegens aantasting van fysieke integriteit zonder inkomstenverlies

Wanneer het slachtoffer geen inkomstenverlies lijdt, kunnen we niet terugvallen op bovenstaande berekeningsmethoden. De begroting van schade ingevolge tijdelijke arbeidsongeschiktheid zonder inkomstenverlies gebeurt verschillend naargelang deze arbeidsongeschiktheid volledig of gedeeltelijk is.

Een volledige arbeidsongeschiktheid die niet gepaard gaat met inkomstenverlies is uitzonderlijk. Het is evenwel mogelijk dat bvb. een zaakvoerder van een vennootschap tijdens de periode van volledige arbeidsongeschiktheid zijn inkomen gewoon blijft verder ontvangen, zonder dat hij enige activiteit uitoefent. In dit geval leidt de volledige arbeidsongeschiktheid niet tot inkomensverlies en zal hiervoor ook geen materiële schadevergoeding toegekend worden.

Anders is het wanneer een volledig arbeidsongeschikte, vervroegd het werk hervat. Het spreekt voor zich dat dit een eerder uitzonderlijke situatie is. Zelfs indien het slachtoffer dan geen inkomensverlies lijdt, kan het toch aanspraak maken op een materiële schadevergoeding, voor de meerinspanningen die het moet leveren om zijn inkomen te verwerven.

Samenvattend kan gesteld worden dat het slachtoffer geen aanspraak zal kunnen maken op een vergoeding voor materiële schade wanneer hij tijdens de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid geen inkomensverlies ondergaat en evenmin meerinspanningen moet leveren.

Wanneer het slachtoffer van een ongeval behept is met een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, is de uitoefening van een beroepsactiviteit niet noodzakelijk uitgesloten. In dit geval zal het slachtoffer doorgaans meerinspanningen moeten leveren om zijn inkomen te verwerven. Voor deze bijkomende inspanningen wordt een materiële schadevergoeding toegekend.

De begroting van deze schadepost gebeurt doorgaans forfaitair. De indicatieve tabel stelt een bedrag van 700 Bef /dag voorop bij 100 % arbeidsongeschiktheid. Dit betekent concreet dat bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid het overeenstemmende percentage op dit bedrag wordt toegepast bvb. 50 % arbeidsongeschiktheid = 50% van 700 Bef/dag ofwel 350 Bef/dag.

Bij lage gradaties van arbeidsongeschiktheid kent men vaak geen vergoeding voor meerinspanningen toe. Dit zal geval per geval benaderd worden. Op dit punt kan het expertiseverslag doorslaggevend zijn, wanneer het de noodzaak van meerinspanningen aangeeft.

Andere schadeposten, voortvloeiend uit lichamelijk letsel

Hierboven werden de meest voorkomende vormen van schade, ingevolge aantasting van de fysieke integriteit toegelicht.

In een aantal gevallen geeft lichamelijk letsel aanleiding tot andere vormen van schade, die eens zij vaststaan eveneens voor vergoeding in aanmerking komen.

1. Pretium voluptatis.

Deze schadepost beoogt het verlies of de vermindering van seksueel genot te
vergoeden. Deze vorm van schade kan zich in allerlei gradaties en vormen aandienen, gaande van gevoelloosheid, impotentie, onmogelijkheid om nog op natuurlijke wijze kinderen te krijgen enz.

Gelet op de schroom in hoofde van sommige slachtoffers om deze schadepost aan te kaarten, is een vermelding ervan in het deskundig verslag veelal noodzakelijk om tot vergoeding te komen. Deze schadepost wordt hetzij afzonderlijk vergoed, hetzij samen met de morele schade.

2. Genegenheidsschade.

Genegenheidsschade is een bijzondere vorm van schade, bij weerkaatsing geleden door familieleden wegens het aanschouwen van het lijden van een geliefd wezen.

Vergoeding van genegenheidsschade is eerder uitzonderlijk en beperkt zich in regel tot de gevallen van ernstige blijvende invaliditeit (blindheid, verlamming, amputatie, zware brandwonden), al zijn er in de rechtspraak uitzonderingen op dit beginsel te vinden.

Genegenheidsschade wordt bijna uitsluitend toegekend aan de met het slachtoffer samenwonende naaste verwanten (ouders/kinderen en echtgenoten). In de zeldzame gevallen waar aan zijverwanten (broers/zusters) een vergoeding voor
genegenheidsschade werd toegekend, betrof het telkens een situatie van samenleving.

Het is moeilijk een lijn te trekken in de toegekende bedragen. In de rechtspraak vindt men vergoedingen van 1 Bef tot 750.000 Bef terug.

3. Verlies van een schooljaar.

Wanneer het slachtoffer ingevolge zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid een bepaalde tijd de lessen niet heeft kunnen volgen en/ of geen examens heeft kunnen afleggen, verliest dit slachtoffer een studiejaar. Deze schade wordt door de rechtspraak doorgaans beschouwd als het verlies van een kans. Aan de hand van de door het slachtoffer voorgebrachte bewijzen o.m. van gemiste beroepsinkomsten, zal men pogen dit verlies zo concreet mogelijk te begroten. Meestal ontbreken deze bewijzen, zodat de rechtspraak noodgedwongen terugvalt op forfaitaire bedragen, die stijgen naargelang het scholingsniveau. De Indicatieve tabel voorziet volgende bedragen :

 > lager onderwijs :90.000 Bef

 > middelbaar onderwijs:150.000 Bef

 > hoger onderwijs :200.000 Bef

 > universitair onderwijs:300.000 Bef.

Een aparte vergoeding wordt soms toegekend aan de ouders van het slachtoffer, b.v. omdat gemaakte kosten verloren gaan of omdat zij een jaar langer voor het onderhoud van hun kind zullen moeten instaan.

Rechters doen een beroep op experts om hen klaarheid te verschaffen in technische aangelegenheden, waarin zij zelf niet thuis zijn. Van een medisch expert verwacht de rechter dan ook in eerste instantie dat hij in voor een leek begrijpelijke taal een omstandige omschrijving geeft van de medische toestand van het slachtoffer. De expert zal zich hierbij baseren op het medisch dossier, de ondervraging van het slachtoffer, een onderzoek van het slachtoffer en zonodig bijkomende onderzoeken door specialisten. Voortgaand op de medische feitelijkheden die zijn onderzoek aan het licht brengen, dient een medische expert vervolgens conclusies te trekken naar de schadebeschrijving toe. Deze beschrijving dient, in het belang van het slachtoffer zo diepgaand mogelijk te gebeuren. Tijdelijke arbeidsongeschiktheden worden bij voorkeur uitgedrukt in termijnen en graden. Bij blijvende invaliditeit vermeldt men indien van toepassing - de weerslag van de invaliditeitsgraad op het prestatievermogen van het slachtoffer (bv. noodzaak van meerinspanningen).

Om aan de rechter de waarderingselementen voor de morele schade te verschaffen, moet de expert een nauwkeurig beeld scheppen van de beleving van het trauma (de pijn, de beperkingen in het dagelijks leven, in vrijetijdsbesteding, beroep, de verloren moed.

Bij de schadebegroting eindigt de taak van de expert en begint de taak van de rechter de expert zal de rechter alle elementen verschaffen om een zo correct en volledig mogelijke schadebegroting toe te laten. Van de expert wordt echter niet verwacht dat hijzelf de schade begroot, dit is het domein van de rechter.

Pagina 1 van 2

Copyright © 2013. All Rights Reserved.