Centrum Letsel & Schade

Specialist verzekeringsgeneeskunde en medische expertise

U is langdurig ziek. U krijgt een oproeping om te zien of u terug kan gaan werken in een of andere functie. Sommige van mijn patiënten zijn twijfelgevallen: geen zware arbeidsongeschiktheid en dus mogelijk inzetbaar in een lichtere job met weinig fysieke inspanningen.

Er bestaan veel lichte functies waarin invaliden kunnen ingeschakeld worden.

De adviserende arts van de ziekte- en invaliditeitsverzekering is een van de partijen die een re-integratietraject kan opstarten. Hoe gaat dat in zijn werk? Wat is het verschil met trajecten die door werkgever of werknemer worden opgestart?

Hoe word ik betaald ?

De re-integratiewetgeving laat niet alleen werknemers en werkgevers toe om op eigen initiatief een traject op te starten voor een langdurig zieke werknemer. Ook de adviserende arts van de mutualiteit kan dat doen.

Waarom start de mutualiteit een re-integratietraject?

Vanuit de FOD Volksgezondheid hebben de mutualiteiten objectieven gekregen om langdurig zieken te re-integreren. Eind 2018 werd ongeveer 17% van de re-integratietrajecten opgestart door de mutualiteit. Een cijfer dat nog zal toenemen.

Hoe wordt dat opgestart ?

Een eerste selectie door de mutualiteit bepaalt welke langdurige zieke werknemers in aanmerking komen.

De eerste maand dat een werknemer uitvalt en niet kan komen werken valt hij terug op gewaarborgd loon. De werkgever betaalt hem of haar in die periode verder uit.

Vanaf de tweede maand ziekte voorziet de mutualiteit in een uitkering. Op het einde van de tweede maand gaat ze na of de werknemer binnenkort opnieuw aan de slag kan. Is dat binnenkort het geval (bv. na een gebroken been), dan gebeurt er verder niets. Kijkt de werknemer aan tegen een (zeer) lange revalidatie (bv. therapie na kanker), dan is een re-integratietraject ook niet aan de orde. Alle andere situaties van langdurige ziekte komen wel in aanmerking.

De adviserende arts stuurt deze medewerkers door naar de bedrijfsarts. Die laatste beoordeelt of er van re-integratie sprake kan zijn.

Geen voldoende “ verlies van economisch vermogen”: wat betekent dat ?

De wetgeving rond ziekte- en invaliditeitsuitkeringen bepaalt dat artsen van de mutualiteit het ‘economisch vermogen’ van werknemers in verhouding tot hun gezondheid kunnen beoordelen.

Om geschikt te zijn voor de arbeidsmarkt, moet een werknemer minstens 66% arbeidsgeschikt zijn. De eerste zes maanden kan bekeken worden of het nog mogelijk is om binnen de eigen beroepscategorie te worden tewerkgesteld. Daarna wordt breder op de arbeidsmarkt gekeken.

Zo kan het gebeuren dat in de loop van een re-integratietraject de mutualiteit constateert dat er geen economisch onvermogen meer is. De werknemer wordt op dat moment geschorst door de mutualiteit en verliest zijn uitkering. Omdat het over een lopend re-integratietraject gaat, springt de RVA financieel bij. De werkgever moet dan een C3.2 uitschrijven, vanwege overmacht door tijdelijke werkloosheid.

Ook tijdens een re-integratietraject dat niet door de mutualiteit is opgestart, kan de mutualiteit vaststellen dat er geen 2/3de economisch onvermogen meer bestaat.

Wie betaalt de kosten van een door de mutualiteit opgestart re-integratietraject?

De welzijnswetgeving bepaalt dat de werkgever de kosten moet dragen van de verplichte medische onderzoeken in het kader van de welzijnswetgeving. Dat geldt dus ook voor het re-integratieonderzoek, ongeacht wie het aangevraagd heeft.

Is er een verschil met trajecten die opgestart worden door werknemer of werkgever?

In principe niet. Er is wel een uitzondering. Wanneer de adviserende arts een traject opstart dan neemt de bedrijfsarts geen beslissing E (re-integratie nog niet mogelijk om medische redenen).

Voor betwistingen kan u bij de arbeidsrechtbank terecht.. Het is aangewezen op een advocaat te nemen die ervaring heeft in medisch recht en verdediging slachtoffers. Dat heet “ letselschade advocaat “.

De bedoeling van dit boekje is om het slachtoffer wegwijs te maken. 

In mensentaal !

Dokter Mike-Michel Van Loo en collega’s van Centrum Letsel&Schade Expertise hebben een jarenlange ervaring in de behandeling van dossiers van arbeidsongevallen. Uit de grote hoeveelheid archief materiaal is een keuze gemaakt. De meest voorkomende vragen sinds jaren therapie en verdediging zijn opgelijst.

Met de bedoeling het slachtoffer snel en doeltreffend te helpen werden in dit boekje de voornaamste pistes opgenomen. Er worden bewust bepaalde onderwerpen overgeslagen (zoals het dodelijk ongeval). Ook berekeningswijzen van wettelijke vergoedingen laten we over aan de gespecialiseerde diensten. We bedanken nogmaals de maatschappelijk werkers van het FONDS ARBEIDSONGEVALLEN ( thans Fedris) die kosteloos de slachtoffers te woord staan in de regionale loketten.

In de schoot van INSTITUUT MEDISCHE VERDEDIGING is het initiatief ontstaan om de patiënt in gewone mensentaal te documenteren. Er is in de werkgroep vastgesteld dat dezelfde vragen systematisch voorkomen in het dokterskabinet. Deze samenvatting zal nuttig zijn voor elke arts, kinesist, maatschappelijk werker. We kunnen niet voor iedereen een volledig antwoord geven.

In een streven naar eenvoud wordt eenvoudige terminologie gebruikt. De vakpersonen die in dit boek daar wel naar zoeken vinden zeker hun gading in de databanken van de gespecialiseerde bibliotheken, google, allerhande publicaties. We kunnen de vaklieden zoals dokters, advocaten, vakbonden, via andere wegen zeker helpen bij het opstellen van vorderingen voor de rechtbank. Wij doen de medische omkadering. We geven ook bijstand voor het goed verloop van de medische expertise.

Voor degene die meer gedetailleerde informatie wil: u kan ons team van Centrum Letsel Schade Expertise via mail vragen stellen. Al degenen die werkzaam zijn in de behandeling van arbeidsongevallen worden uitgenodigd om ons te documenteren met informatie die voor ons boekje van dienst kan zijn. Het slachtoffer is ermee gediend. De geneeskunde evolueert . Nuttige voorbeelden uit de rechtspraak en expertise beslissingen zijn welkom. Stuur ons uw opmerkingen gerust op. We houden ook rekening met uw correcties of vernieuwingen die ons worden gesignaleerd.

Dokter Michel Van Loo

Dokter Jan Claessens

Dokter Serge Privalenko

Met dank aan advocaat Ward Van Loo. Deze letselschade advocaat werkte mee aan de informatie rond wetgeving.

---

U kan het ebook door hier te klikken gratis downloaden.

Als u na een arbeidsongeval hulp van iemand anders nodig hebt om dagelijkse handelingen uit te voeren (bijvoorbeeld om u te wassen, te eten of u te verplaatsen), kan de deskundige dokter van de rechtbank of de medische dienst van de verzekeringsmaatschappij beslissen om u een aanvullende vergoeding toe te kennen: de vergoeding voor hulp van derden.

Die vergoeding moet hulp van een derde financieren. Daarom ontvangt u hem niet langer zodra je 91 opeenvolgende dagen gehospitaliseerd bent.

Hoe wordt de hulp van derden geschat?

De dokter baseert zich op een rooster met een aantal stellingen over 6 essentiële handelingen in het dagelijkse leven:

  1. u verplaatsen;
  2. voedsel nuttigen of bereiden;
  3. voor jouw persoonlijke hygiëne instaan en je kleden;
  4. uw woning onderhouden en huishoudelijk werk verrichten;
  5. leven zonder toezicht, je bewust zijn van gevaren en gevaar kunnen vermijden;
  6. kunnen communiceren en sociaal contact hebben.

Hoe beperkter die mogelijkheden, hoe meer hulp van derden u nodig hebt en hoe hoger de vergoeding die u wordt toegekend.

Hoe wordt de vergoeding voor hulp van derden berekend?

Het maximale jaarlijkse bedrag van de vergoeding voor hulp van derden bedraagt 12 keer het gewaarborgde gemiddelde minimummaandinkomen. Dat wordt bepaald door de Nationale Arbeidsraad en wordt regelmatig geïndexeerd.

De vergoeding voor hulp van derden kan ook worden verminderd als u door een nieuwe prothese minder hulp van derden nodig hebt.

Van die vergoeding worden geen socialezekerheidsbijdragen en geen bedrijfsvoorheffing afgehouden.

 

Besluit: u laat zich best op voorhand beraden door een onafhankelijk expert verdediging letselschade.

U hebt als slachtoffer een arbeidscontract. U is ten laste van het ziekenfonds. Het ziekenfonds beslist na een termijn dat u terug moet kunnen werken.

U betwist de verplichte tewerkstelling. U tekent hoger beroep aan bij de arbeidsrechtbank.

Wie betaalt wat ondertussen, in afwachting van een vonnis van de arbeidsrechtbank ?

U hebt bijvoorbeeld een gebroken arm opgelopen door een privaat ongeval thuis.Na een operatie en 3 maanden herstel lijkt alles terug in orde te zijn. Dat vindt ook de adviserend geneesheer van het ziekenfonds: de werknemer kan weer gaan werken. U is van mening dat u nog niet kan gaan werken. U vreest dat uw pijn nog kan verergeren. Of u is bang dat de arm nog niet sterk genoeg is om het werk te hervatten...

De arbeidsgeneesheer oordeelt dan ook dat de werknemer helemaal nog niet kan gaan werken. Waarvan moet u als slachtoffer dan leven in afwachting van het moment dat dit allemaal wel terug lukt? 

Procederen tegen het ziekenfonds

De beslissing van het ziekenfonds om geen uitkeringen meer te betalen, kan men aanvechten bij de arbeidsrechtbank. De procedure kan een lange tijd in beslag nemen. Als u geen vordering stelt dan valt u figuurlijk tussen twee stoelen.

De RVA is een vangnet. U behoudt uw arbeidscontract, de RVA betaalt voorlopige uitkeringen. Dit gebeurt in afwachting van een vonnis.

Uitkeringen van de RVA: het principe

De RVA kent een systeem van zgn. tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Iemand die geen uitkeringen meer krijgt van het ziekenfonds, maar toch nog niet in staat blijkt om zijn job te doen, kan daar een beroep op doen. Dit heeft te maken met het feit dat ‘arbeidsongeschikt zijn’ in het kader van de ziekteverzekering niet hetzelfde is als voor de Arbeidsovereenkomstenwet. In het eerste geval beoordeelt men het algemener (= 66% of meer van zijn vermogen tot verdienen verloren zijn) dan in het tweede geval (= kan men zijn normale taken nog uitoefenen?).

U­itkeringen we­­gens overmacht staat nu ook open in de eerste 6 maanden van de arbeidsongeschiktheid.

Voorwaarden. De RVA kan de werknemer ook zelf aan een onderzoek onderwerpen.

Wanneer de RVA arts dezelfde mening toegedaan is als die van het ziekenfonds dan valt de werknemer alsnog tussen ‘drie’ stoelen. Om dat te vermijden, vraagt men het best eerst de mening van de arbeidsgeneesheer. Als die oordeelt dat men nog arbeidsongeschikt is, dan komt er zelfs geen onderzoek. Daarnaast zal de werknemer ook enkel uitkeringen krijgen als het voor de RVA duidelijk is dat er geen (lichter) vervangingswerk voorhanden is. In dat opzicht kan een verklaring van u dan weer wonderen doen.

Uitkeringen van de RVA: praktisch

De uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid wegens overmacht bedragen 65% (gezinshoofd) of 60% (an­­deren) van het (tot € 1.178 begrensde) brutoloon. De aanvraag moet gebeuren via een formulier C 3.2, de vakbond van de werknemer of uw sociaal secre­­tariaat kennen die procedure wel. Let op! Het gaat om uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid, men kan dit stelsel dus niet eindeloos ‘genieten’. Het heet “ voorlopige werkloosheidsuitkeringen wegens overmacht”.

 

Besluit: de arbeidsgeneesheer speelt hierin een belangrijke rol. De bijstand door een eigen expert, onafhankelijke raadsdokter, is voor het slachtoffer een grote hulp en steun.

De VDAB (Vlaamse dienst voor arbeids bemiddeling) publiceerde een lijst met codes van de problematieken voor de indicatie van arbeidshandicap en de toekenning van het recht op bijzondere tewerkstellingsmaatregelen.

Klik hier voor deze lijst.

Op dezelfde webpagina van de VDAB (klik hier) kan u tevens het standaard formulier vinden voor de aanvraag tot medisch / psychisch / psychologisch advies. In het kader van de ondersteuning van personen met een arbeidshandicap door VDAB/GTB op het vlak van tewerkstelling, is deze verklaring nodig met betrekking tot de medische / psychische / psychologische moeilijkheden personen ondervinden op de arbeidsmarkt.
Om deze personen gepast te begeleiden is het belangrijk dat deze beperkingen worden bevestigd door een arts (specialist).

De vergoeding van een arbeidsongeval is volledig verschilend van een vergoeding in gemeen recht. We gaan het hier uitsluitend hebben over een arbeidsongeval.

In mijn praktijk als raadsdokter moet ik met de patiënt beslissingen treffen. De patient komt me vragen of hij een beslissing van de arbeidsongevallen verzekering zou aanvechten en vraagt aan de raadsdokter expert welk geld hij zal ontvangen.

Er wordt dan met de patiënt een afweging gemaakt over het al dan niet aannemen van een vergoedingsvoorstel. De dokter begeleidt de patiënt in het nemen van een beslissing over ja dan neen aanvechten van een voorstel van de verzekering.

In bijlage kan u een lijst vinden van aandoeningen waarvoor u een aanvraag "beroepsziekte" kan doen: de lijst van de beroepsziekten die aanleiding geven tot een schadeloosstelling.

Wil u meer informatie? Aarzel dan niet mij te contacteren...

Klik hier om deze als pdf bestand te verkrijgen.

 

 

medischdiversLichamelijk restletsel na een verkeersongeval bijvoorbeeld kunnen aanleiding geven tot Invaliditeit/Arbeidsongeschiktheid.

De raadsdokter van de Verzekering van de tegenpartij zal na verloop van tijd de zaak afsluiten (\"consolideren\"). Deze besluiten zijn belangrijk, immers ze geven weer hoe men uw letsels inschat:

  • de tijdelijke invaliditeit (T.I.),
  • tijdelijke huishoudschade,
  • tijdelijke persoonlijke schade,
  • blijvende  invaliditeit (B.I.) ,
  • tijdelijke arbeidsongeschiktheid (T.A.O),
  • blijvende arbeidsongeschiktheid (B.A.O.),
  • blijvende huishoudschade,
  • blijvende persoonlijke schade,
  • meerinspanningen,
  • littekens,
  • hulp van derden,
  • toekomstige  verslechtering (Voorbehoud voor de Toekomst), etc ...


De verzekeringsmaatschappij van de tegenpartij stuurt dan meestal een regelingsvoorstel op.

Bent u het niet eens met het voorgestelde bedrag, dan kunt u zich via uw rechtsbijstandverzekering laten bijstaan door een eigen raadsgeneesheer, die de percentages invaliditeit  dan terug herevalueert en een eigen consolidatiebesluit opstelt.

Wanneer er met de verzekeraar overeengekomen wordt om een minnelijke medische expertise (\"M.M.E.\") uit te voeren, gaan beide experten samen met het slachtoffer rond de tafel gaan zitten om uw dossier in gezamenlijk overleg af te sluiten in uw voordeel.  

Er is een uitweg voorzien als er geen overeenstemming kan bereikt worden tussen de geneesheren-deskundigen. In die (uitzonderlijke) gevallen  treedt daarbij dan een derde dokter op, die in onderling overleg wordt gekozen.

Zo\'n minnelijke medische expertise biedt het voordeel dat er een evenwichtig gesprek plaatsvindt tussen twee evenwaardige medische experts. Uw eigen bijstandsarts heeft mee beslissingsrecht. U staat dus niet langer alleen tegenover een verzekeraar.

De begrotingswijze van de schade voortvloeiend uit lichamelijk letsel verschilt naargelang de schade zich situeert in de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid, dan wel wanneer het een blijvende arbeidsongeschiktheid (of invaliditeit) betreft.

Men spreekt van tijdelijke arbeidsongeschiktheid in de periode volgend op het ongeval waarin de lichamelijke letsels, opgelopen door het slachtoffer, nog aan evolutie onderhevig zijn. Deze periode loopt tot op de consolidatiedatum, of met andere woorden het moment waarop de toestand van het slachtoffer gestabiliseerd is, hetzij omdat hij volledig genezen is, hetzij omdat verder herstel weinig waarschijnlijk is.

De blijvende invaliditeit begint te lopen op de consolidatiedatum en is - de term zegt het zelf - permanent.

Aangezien de toestand van het slachtoffer tot op de consolidatiedatum aan wijzigingen onderhevig is, is een expertise pas zinvol na de consolidatiedatum. Pas dan zal een expert zicht hebben op de blijvende invaliditeitsgraad in hoofde van het slachtoffer.

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

1. Materiële schade

A. Loonverlies

De basis voor de begroting van de materiële schade voortvloeiend uit tijdelijke arbeidsongeschiktheid verschilt, naargelang het slachtoffer een weddetrekkende of een zelfstandige is. Weddetrekkenden Schade ingevolge tijdelijke arbeidsongeschiktheid van een weddetrekkende wordt berekend op basis van het inkomen op de dag van het ongeval.

In de rechtspraak is herhaaldelijk de vraag gerezen of deze schade moet begroot worden in functie van het bruto, semi-bruto of netto inkomen van het slachtoffer.

Het Hof van Cassatie heeft inmiddels herhaalde keren geoordeeld dat de schadevergoeding niet mag begroot worden op basis van het bruto-inkomen, tenzij de rechter vaststelt dat de sociale en fiscale lasten, die het slachtoffer zal moeten betalen op de schadevergoeding gelijk zijn aan deze verschuldigd op zijn loon.

Op de schadevergoeding zijn geen RSZ-bijdragen verschuldigd, zonder dat dit leidt tot een verlies van sociale voordelen. Voortgaand op deze vaststelling hanteert een meerderheid in de rechtspraak het semi-brutoloon, nl. het loon verminderd met RSZ-bijdragen, als maatstaf bij de begroting van het inkomensverlies ingevolge een tijdelijke arbeidsongeschiktheid.
Er is op dit punt echter geen volledige unanimiteit in de rechtspraak. Zo zijn er rechtbanken die uitgaan van het nettoloon en voorbehoud maken voor eventuele fiscale en sociale lasten die hierop zouden drukken.

Zelfstandigen. Veel meer dan bij weddetrekkenden is het inkomen van zelfstandigen aan fluctuaties onderhevig. Daarenboven brengt een arbeidsongeschiktheid niet noodzakelijk een proportioneel inkomensverlies met zich mee. Soms blijft het inkomen zelfs ongewijzigd omdat het bedrijf van het slachtoffer door personeel of collega\'s verder draaiende wordt gehouden.

Is er toch een inkomensverlies, dan kan het inkomen op het ogenblik van het ongeval voor deze professionele categorie een vertekend beeld geven van het daadwerkelijk geleden inkomstenverlies. Om deze reden neemt men bij zelfstandigen als basis voor de schadeberekening vaak een gemiddeld inkomen gedurende een bepaalde referentieperiode (door de rechter bepaald). Doorgaans wordt het netto-inkomen als basis genomen en wordt dit - mits voorlegging van stavingstukken - verhoogd met de vaste kosten die hoe dan ook verschuldigd zijn, zelfs als men geen activiteit kan uitoefenen (bvb. huur kantoorruimte).
Om de schade voortvloeiend uit de tijdelijke arbeidsongeschiktheid te begroten, gaat men vervolgens het basisinkomen vermenigvuldigen met de in het expertiseverslag weerhouden graad van arbeidsongeschiktheid. De uitkeringen die het slachtoffer van het ziekenfonds heeft ontvangen moeten in mindering gebracht worden op de volgens voorgaande formule berekende schadevergoeding.

B. Economische waarde huisvrouw / huisman

Alhoewel een huisvrouw voor haar huishoudelijke taak geen vergoeding ontvangt, vertegenwoordigt haar werkzaamheid een economische waarde. Wanneer zij deze ingevolge een tijdelijke arbeidsongeschiktheid niet meer kan uitoefenen, heeft zij recht op een schadevergoeding voor materiële schade.

De begroting hiervan stelt weinig problemen wanneer de taken van de huisvrouw bij volledige arbeidsongeschiktheid door derden, tegen betaling, worden overgenomen. In voorkomend geval zullen deze kosten integraal door de aansprakelijke gedragen moeten worden.

Indien de taken worden overgenomen door iemand anders binnen het gezin of indien de huisvrouw, ondanks haar arbeidsongeschiktheid, zelf deze taken blijft vervullen, wordt een forfaitaire vergoeding toegekend.

De Indicatieve Tabel voorziet een vergoeding van 700 fr. per dag voor een gezin zonder kinderlast. Voor een gezin met maximum twee kinderen wordt een forfaitaire vergoeding van 1.000 fr. per dag voorzien. Per bijkomend kind stijgt dit bedrag met 200 fr. Deze bedragen gelden voor een arbeidsongeschiktheid van 100 %. Bij lagere percentages worden ook de vergoedingen proportioneel verminderd.

Er zal een verdeling gebeuren van de hierboven aangehaalde waarden wanneer beide partners uit werken gaan, a rato van hun beschikbaarheid voor het huishouden. Anderzijds zullen de basistarieven met 25 % verhoogd worden indien de huisvrouw alleenstaande is (gescheiden, weduwe, ... ).

C. Materiële schade wegens aantasting van fysieke integriteit zonder inkomstenverlies

Wanneer het slachtoffer geen inkomstenverlies lijdt, kunnen we niet terugvallen op bovenstaande berekeningsmethoden. De begroting van schade ingevolge tijdelijke arbeidsongeschiktheid zonder inkomstenverlies gebeurt verschillend naargelang deze arbeidsongeschiktheid volledig of gedeeltelijk is.

Een volledige arbeidsongeschiktheid die niet gepaard gaat met inkomstenverlies is uitzonderlijk. Het is evenwel mogelijk dat bvb. een zaakvoerder van een vennootschap tijdens de periode van volledige arbeidsongeschiktheid zijn inkomen gewoon blijft verder ontvangen, zonder dat hij enige activiteit uitoefent. In dit geval leidt de volledige arbeidsongeschiktheid niet tot inkomensverlies en zal hiervoor ook geen materiële schadevergoeding toegekend worden.

Anders is het wanneer een volledig arbeidsongeschikte, vervroegd het werk hervat. Het spreekt voor zich dat dit een eerder uitzonderlijke situatie is. Zelfs indien het slachtoffer dan geen inkomensverlies lijdt, kan het toch aanspraak maken op een materiële schadevergoeding, voor de meerinspanningen die het moet leveren om zijn inkomen te verwerven.

Samenvattend kan gesteld worden dat het slachtoffer geen aanspraak zal kunnen maken op een vergoeding voor materiële schade wanneer hij tijdens de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid geen inkomensverlies ondergaat en evenmin meerinspanningen moet leveren.

Wanneer het slachtoffer van een ongeval behept is met een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, is de uitoefening van een beroepsactiviteit niet noodzakelijk uitgesloten. In dit geval zal het slachtoffer doorgaans meerinspanningen moeten leveren om zijn inkomen te verwerven. Voor deze bijkomende inspanningen wordt een materiële schadevergoeding toegekend.

De begroting van deze schadepost gebeurt doorgaans forfaitair. De indicatieve tabel stelt een bedrag van 700 Bef /dag voorop bij 100 % arbeidsongeschiktheid. Dit betekent concreet dat bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid het overeenstemmende percentage op dit bedrag wordt toegepast bvb. 50 % arbeidsongeschiktheid = 50% van 700 Bef/dag ofwel 350 Bef/dag.

Bij lage gradaties van arbeidsongeschiktheid kent men vaak geen vergoeding voor meerinspanningen toe. Dit zal geval per geval benaderd worden. Op dit punt kan het expertiseverslag doorslaggevend zijn, wanneer het de noodzaak van meerinspanningen aangeeft.

Andere schadeposten, voortvloeiend uit lichamelijk letsel

Hierboven werden de meest voorkomende vormen van schade, ingevolge aantasting van de fysieke integriteit toegelicht.

In een aantal gevallen geeft lichamelijk letsel aanleiding tot andere vormen van schade, die eens zij vaststaan eveneens voor vergoeding in aanmerking komen.

1. Pretium voluptatis.

Deze schadepost beoogt het verlies of de vermindering van seksueel genot te
vergoeden. Deze vorm van schade kan zich in allerlei gradaties en vormen aandienen, gaande van gevoelloosheid, impotentie, onmogelijkheid om nog op natuurlijke wijze kinderen te krijgen enz.

Gelet op de schroom in hoofde van sommige slachtoffers om deze schadepost aan te kaarten, is een vermelding ervan in het deskundig verslag veelal noodzakelijk om tot vergoeding te komen. Deze schadepost wordt hetzij afzonderlijk vergoed, hetzij samen met de morele schade.

2. Genegenheidsschade.

Genegenheidsschade is een bijzondere vorm van schade, bij weerkaatsing geleden door familieleden wegens het aanschouwen van het lijden van een geliefd wezen.

Vergoeding van genegenheidsschade is eerder uitzonderlijk en beperkt zich in regel tot de gevallen van ernstige blijvende invaliditeit (blindheid, verlamming, amputatie, zware brandwonden), al zijn er in de rechtspraak uitzonderingen op dit beginsel te vinden.

Genegenheidsschade wordt bijna uitsluitend toegekend aan de met het slachtoffer samenwonende naaste verwanten (ouders/kinderen en echtgenoten). In de zeldzame gevallen waar aan zijverwanten (broers/zusters) een vergoeding voor
genegenheidsschade werd toegekend, betrof het telkens een situatie van samenleving.

Het is moeilijk een lijn te trekken in de toegekende bedragen. In de rechtspraak vindt men vergoedingen van 1 Bef tot 750.000 Bef terug.

3. Verlies van een schooljaar.

Wanneer het slachtoffer ingevolge zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid een bepaalde tijd de lessen niet heeft kunnen volgen en/ of geen examens heeft kunnen afleggen, verliest dit slachtoffer een studiejaar. Deze schade wordt door de rechtspraak doorgaans beschouwd als het verlies van een kans. Aan de hand van de door het slachtoffer voorgebrachte bewijzen o.m. van gemiste beroepsinkomsten, zal men pogen dit verlies zo concreet mogelijk te begroten. Meestal ontbreken deze bewijzen, zodat de rechtspraak noodgedwongen terugvalt op forfaitaire bedragen, die stijgen naargelang het scholingsniveau. De Indicatieve tabel voorziet volgende bedragen :

 > lager onderwijs :90.000 Bef

 > middelbaar onderwijs:150.000 Bef

 > hoger onderwijs :200.000 Bef

 > universitair onderwijs:300.000 Bef.

Een aparte vergoeding wordt soms toegekend aan de ouders van het slachtoffer, b.v. omdat gemaakte kosten verloren gaan of omdat zij een jaar langer voor het onderhoud van hun kind zullen moeten instaan.

Rechters doen een beroep op experts om hen klaarheid te verschaffen in technische aangelegenheden, waarin zij zelf niet thuis zijn. Van een medisch expert verwacht de rechter dan ook in eerste instantie dat hij in voor een leek begrijpelijke taal een omstandige omschrijving geeft van de medische toestand van het slachtoffer. De expert zal zich hierbij baseren op het medisch dossier, de ondervraging van het slachtoffer, een onderzoek van het slachtoffer en zonodig bijkomende onderzoeken door specialisten. Voortgaand op de medische feitelijkheden die zijn onderzoek aan het licht brengen, dient een medische expert vervolgens conclusies te trekken naar de schadebeschrijving toe. Deze beschrijving dient, in het belang van het slachtoffer zo diepgaand mogelijk te gebeuren. Tijdelijke arbeidsongeschiktheden worden bij voorkeur uitgedrukt in termijnen en graden. Bij blijvende invaliditeit vermeldt men indien van toepassing - de weerslag van de invaliditeitsgraad op het prestatievermogen van het slachtoffer (bv. noodzaak van meerinspanningen).

Om aan de rechter de waarderingselementen voor de morele schade te verschaffen, moet de expert een nauwkeurig beeld scheppen van de beleving van het trauma (de pijn, de beperkingen in het dagelijks leven, in vrijetijdsbesteding, beroep, de verloren moed.

Bij de schadebegroting eindigt de taak van de expert en begint de taak van de rechter de expert zal de rechter alle elementen verschaffen om een zo correct en volledig mogelijke schadebegroting toe te laten. Van de expert wordt echter niet verwacht dat hijzelf de schade begroot, dit is het domein van de rechter.

Bron: Fonds voor arbeidsongevallen - informatiefolder

U bent het slachtoffer van een arbeidsongeval.
Wat is dat nu precies? Wie doet wat? Wat wordt vergoed?
Wat is de rol van uw ziekenfonds?
En wat doet de arbeidsongevallenverzekeraar?


arbeidsongevalWat is een arbeids(weg)ongeval?
Een arbeidsongeval is een ongeval dat een werknemer overkomt tijdens en door het feit van de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst en dat een letsel veroorzaakt. Het letsel werd veroorzaakt door een plotselinge gebeurtenis.Plotse gebeurtenissen kunnen zijn: een val, zich verbranden, maar ook opwinding door angst. Een letsel kan lichamelijk ( bvb. een brandwonde) of mentaal ( bvb. een zenuwinzinking) zijn. Nood aan medische verzorging volstaat. ook de schade aan een prothese ( bijvoorbeeld een bril) kan vergoed worden.
De werknemer staat onder het daadwerkelijk gezag van de werkgever op het ogenblik dat het ongeval zich voordoet. Dat gezag beperkt zich niet tot de werkuren. een ongeval tijdens de pauze of een personeelsfeest komen ook in aanmerking.Een arbeids(weg)ongeval is een ongeval dat gebeurt op de weg naar en van het werk.Het ongeval moet zich voordoen op het \"normale traject\".Dat is niet noodzakelijk de kortste weg: een langer traject kan veiliger of sneller zijn. Het traject blijft normaal als U een omweg moet maken om bijvoorbeeld de kinderen naar school te brengen of collega\'s op te halen (carpooling).

Wat moet U bewijzen?

U wordt als slachtoffer van een arbeidsongeval erkend als U bewijst dat er een plotselinge gebeurtenis plaatsvond, dat U een letsel opliep en dat het ongeval zich tijdens het uitvoeren van de arbeidsovereenkomst heeft voorgedaan. Aan die drie voorwaarden samen moet U voldoen. Bij een arbeidswegongeval moet U ook nog kunnen bewijzen dat het ongeval zich voordeed op het normale traject van en naar het werk
Als U het nodige bewijs levert, wordt automatisch aangenomen dat het letsel werd veroorzaakt door een plotselinge gebeurtenis en dat het ongeval door het uitvoeren van de arbeidsovereenkomst werd veroorzaakt. Tenzij uiteraard de arbeidsongevallen-verzekeraar het tegendeel aantoont.

Wat moet U doen?

U brengt uw werkgever onmiddelijk op de hoogte (ook al wordt het werk niet onderbroken). Hiervoor bestaat geen bijzonder formulier. U vermeldt de namen van de getuigen, zowel zij die het ongeval hebben gezien ( rechtstreekse getuigen) als zij met wie U erover hebt gepraat (onrechtstreekse getuigen).Laat de letsels zo snel mogelijk vaststellen door een arts. Breng ook uw ziekenfonds op de hoogte. In het volgende puntje leest U waarom.
De werkgever moet binnen de tien werkdagen ( de zaterdag geldt als een werkdag) aangifte doen bij de arbeidsongevallenverzekeraar, te rekenen vanaf de dag na het ongeval. Als de werkgever geen aangifte doet, kunt uzelf uw ongeval aangeven binnen een termijn van drie jaar.
Als de verzekeraar uw arbeidsongeval aanvaardt, zal hij U vergoeden. Indien hij twijfelt, kan hij een onderzoek instellen. Het is mogelijk dat U een medisch onderzoek moet ondergaan. Weigert hij de erkenning als arbeidsongeval en bent U het daar niet mee eens, dan kunt U de zaak voorbrengen bij de arbeidsrechtbank van uw woonplaats.

Wat is de rol van uw ziekenfonds?

In afwachting van een schadeloosstelling door de wetsverzekeraar, kunt U zich richten tot uw ziekenfonds. Het ziekenfonds vergoedt U, maar vordert dat bedrag achteraf terug van de verzekeraar. U kunt geen akkoord sluiten met een verzekeraar die de terugvordering in het gedrang zou brengen. Als de schade door de verzekeraar wordt vergoed, moet U uw ziekenfonds daarvan op de hoogte brengen.
Let wel: uw ziekenfonds kent enkel een uitkering toe als U binnen de ziekteverzekering minstens 66% arbeidsongeschikt bent. Die uitkering is in de meeste gevallen lager dan die waarop U aanspraak kunt maken ten aanzien van de verzekeraar.


Wat betaalt de arbeidsongevallenverzekeraar?

Hij vergoedt de geneeskundige verzorging, het inkomensverlies en bij een dodelijk ongeval ook de begrafeniskosten. Hij vergoedt geen stoffelijke of morele schade. Die kan enkel verhaald worden op een aansprakelijke derde, als die er is. Een overzicht van de vergoedingen:
*Kosten voor geneeskundige verzorging:
Verzorging, hospitalisatiekosten, farmaceutische producten, enzovoort. De terugbetaling is beperkt tot het ziekteverzekeringstarief. Er worden geen ereloon- of kamersupplementen vergoed. Protheses en orthopedische apparaten krijgt U volledig terugbetaald.
*Reiskosten:
Verplaatsingen in functie van de nodige verzorging of op vraag van het Fonds voor Arbeidsongevallen, de verzekeraar, of de arbeidsrechtbank. Ambulancevervoer en openbaar vervoer worden volledig vergoed. Verplaatst U zich met de wagen, dan krijgt U 0,2479€/km indien de verplaatsing  meer dan 5 km enkel traject bedraagd, dus heen en terug 10 km.
*Tijdelijke arbeidsongeschiktheid:
Bij volledige arbeidsongeschiktheid hebt U voor de dag van het ongeval recht op de vergoeding van het loonverlies. Vanaf de dag na het ongeval krijgt U een dagvergoeding: (basisloon x 90%/365. Het basisloon is het loon dat U tijdens het jaar dat het ongeval voorafgaat, hebt verdiend in functie waarin U op het ogenblik van het ongeval werkte. De wet bepaalt 25.893,45€ als maximum.
*Blijvende arbeidsongeschiktheid:
Als de letsels niet meer evolueren,(\'consolidatie\' of het ogenblik waarop dat medisch bepaald wordt) wordt de dagvergoeding vervangen door een jaarlijkse vergoeding die wordt berekend op het basisloon en op de graad van de blijvende ongeschiktheid.
Bijvoorbeeld: een werknemer met een arbeidsongeschiktheidsgraad van 16% en een  basisloon van 20.823,06€ heeft recht op een jaarlijkse vergoeding van (16 x 20.823,06)/100 = 3.331,69€
Is de graad van blijvende ongeschiktheid minder dan 5% dan wordt de jaarvergoeding met de helft verminderd. Ze wordt met een kwart verminderd, indien de ongeschiktheid tussen de 5 en de 10% bedraagt.
*Overlijden:
Bepaalde rechthebbenden ontvangen een renter om het inkomstenverlies te dekken. De verzekeraar betaalt een vergoeding voor de begrafeniskosten((basisloon x 30)/365). Hij draagt ook de kosten voor het overbrengen van de overledene naar de begraafplaats die de familie kiest ( zelfs in het buitenland). 

(Bron: Fonds voor arbeidsongevallen)

 


Behandelende geneesheren zoals uw huisarts of specialist, gaan soms niet akkoord met de het voorgestelde percentage blijvende arbeidsongeschiktheid of vroegtijdige opgelegde werkhervatting door de verzekeringsarts.

Bij afsluiten van het dossier door de arbeidsongevallenverzekering dient bij blijvend letsel het correcte percentage blijvende arbeidsongeschikhtheid worden vastgelegd.

Bij discussies kan er een gemeenschappelijke onderzoek worden georganiseerd tussen de verzekeringsarts en uw eigen raadsgeneesheer, zodat er een aanvaardbaar vergelijk kan volgen. De arbeidsrechtbank is ook bevoegd. Bij deze keuze dient dan een gerechtsdeskundige arts worden aangesteld die dan een gerechtsexpertise organiseert.

StartVorige12VolgendeEinde
Pagina 1 van 2

Copyright © 2013. All Rights Reserved.