Centrum Letsel & Schade

Specialist verzekeringsgeneeskunde en medische expertise

Bibliotheek

Bibliotheek (30)

Publicaties in de CLS bibliotheek

In mijn expertise werkzaamheden wordt dikwijls gediscuteerd met de verzekering van tegenpartij over de graad van pijn. Hoe wordt dat gemeten ?

Is er een meetlat om de hoegrootheid van pijn vast te leggen op een schaal ?

En hoe wordt de pijn na een ongeval vergoed ?

Er is volgens de indicatieve tabellen sprake van vergoeding voor een hoeveelheid pijn, uitgedrukt in PRETUM DOLORIS.

De patiënt vraagt zich af hoe zijn pijn wordt beschreven in een schadeclaim. In mijn verdediging van letselschade gebruik ik elementen uit een boek dat hieronder wordt beproken. Deze informatie wordt ook door de letselschade advocaat gebruikt om een schade-eis te formuleren.

Wat hierna volgt heb ik copy-paste ontleend uit de website die is gelinkt op www.seniorennet.be:

www.blog.seniorennet/jules...

Deze bronvermelding is van belang voor elke persoon die meer informatie zoekt over cvs- fybromialgie, vermoeidheidssyndroom.


CITAAT MET VERMELDING VAN BRON AUTEUR

Onderzoek, diagnose en het meten van pijn

Prof. Dr. Wouter W.A. Zuurmond
– SpreekuurThuis -

Pijn is meer dan een eenvoudig neurofysiologisch gebeuren.
Hoewel bijna iedereen het verschijnsel pijn kent, is het moeilijk te meten.
Individuele interpretatie en expressie maken evaluatie en vergelijking lastig.


Verschillende soorten pijn

Voordat chronische pijn behandeld kan worden, moet de oorzaak van de pijn nauwkeurig onderzocht worden.
Daarbij onderscheiden we verschillende soorten pijn :

* Acute en subacute pijn
Hierbij bestaat een duidelijke oorzaak.
Voorbeelden van deze soort zijn pijn na een trauma en pijn bij bevalling.
Ook bij kanker of reuma kan acute pijn optreden.
De pijn ontstaat overwegend aan de uiteinden van de A-deltavezels en C-vezels, die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van pijn.

* Chronische pijn
Wanneer de pijn langer aanhoudt dan het oorspronkelijke lijden doet vermoeden, is er sprake van chronische pijn.
Voor de behandeling van pijn heeft het maken van dit onderscheid tussen verschillende pijnsoorten consequenties voor de behandeling.
Chronische pijn is onder te verdelen in drie soorten, die vaak tegelijk kunnen voorkomen (mengvormen) : weefselpijn, zenuwpijn en pijn van psychologische oorsprong.

  • Weefselpijn
    Weefselpijn, ook wel nociceptieve pijn genoemd, is pijn die ontstaat bij de zenuwuiteinden die voor het pijngevoel verantwoordelijk zijn : A-deltavezels en C-vezels (cfr. 'Hoe ontstaat pijn' : http://www.spreekuurthuis.nl/themapag.html?thema=Chronische+pijn&hfdstk=3 -).
    Deze pijn begint vaak acuut als waarschuwingssignaal, maar kan overgaan in chronische pijn.
    Voorbeelden, waarbij de weefselpijn de boventoon voert, zijn : pijn bij of na (chronische) ontstekingen, fracturen en artrose van de gewrichten.
    Het karakter van de pijn wordt aangegeven als dof, scherp, kloppend of stekend.
  • Zenuwpijn
    Zenuwpijn, ook wel 'neuropathische pijn' genoemd, is pijn die wordt veroorzaakt door beschadigingen of afwijkingen van het zenuwstelsel zelf, dat wil zeggen vanaf de zenuwuiteinden, zenuwen, zenuwknopen, ruggenmerg tot en met de hersenen.
    Volgens de definitie van de International Association for the Study of Pain is dit pijn die ontstaat of wordt veroorzaakt door schade aan het zenuwweefsel of door een functiestoornis daarvan.
    De pijn ontstaat en wordt onderhouden binnen het zenuwstelsel, soms zelfs bij afwezigheid van prikkels.
    Deze pijn heeft, zoals bij chronische pijn vaak het geval is, geen waarschuwingsfunctie meer en is derhalve zinloos.
    De symptomen van zenuwpijn die spontaan kunnen optreden, zijn te omschrijven als een brandende, schrijnende, schietende, stekende en/of tintelende pijn.
    Tevens kan er sprake zijn van een koudesensatie, jeuken en/of elektrische sensaties (paresthesieën).
    De pijn is niet afhankelijk van bewegingen of belasting en kan continu aanwezig zijn met een wisselende intensiteit of intermitterend (in aanvallen).
    De zenuwpijn kan ook optreden in het verloop van een zenuwbaan, zoals bij rug- en of nekklachten, tintelingen of pijnlijke sensaties in armen, handen, benen of voeten.
    Een ander typisch kenmerk van zenuwpijn kan de pijn bij aanraking zijn.
    Zelfs wind en tocht kunnen pijn veroorzaken aan of in lichaamsdelen en ook kledingstukken kunnen moeilijk verdragen worden.
    Dit wordt 'allodynie' genoemd.
    Andere kenmerken zijn vermindering van gevoel, verhoogde gevoeligheid voor niet-pijnlijke prikkels (hyperesthesie), een abnormale pijnreactie op een geringe pijnprikkel (hyperalgesie) of een abnormale pijnlijke reactie op een herhaalde prikkel (hyperpathie).
    Zenuwpijn kan vele oorzaken hebben :
    - infecties (na gordelroos, Lyme disease, AIDS)
    - letsels (amputatie, operatie, bevriezing, verbranding, dwarslaesie)
    - zenuwbeklemming, bijvoorbeeld ten gevolge van inzakking van de wervels bij osteoporose of trauma
    - neurologische ziektebeelden (multiple sclerose, na een beroerte of hersenbloeding)
    - stofwisselingsstoornissen zoals suikerziekte, te geringe wer-king van de schildklier
    - bijwerkingen van geneesmiddelen (cytostatica bij chemotherapie)
    - overmatig alcoholgebruik
    - schadelijke stoffen, bijvoorbeeld bij langdurige inademing van afbijtmiddelen die schilders gebruiken, landbouwgiften, lood
    - stress, 'erfelijke gevoeligheid', vermindering van weerstand van het 'zenuwimmuunsysteem'.
    Wanneer het beschadigde zenuwweefsel zich in de ledematen of het lichaam bevindt, spreken we wel van 'perifere' neuropathische pijn; wanneer ruggenmerg of hersenen zijn aangedaan, spreken we wel van 'centrale' zenuwpijn.
    Deze indeling is in feite kunstmatig omdat het zenuwstelsel een 'totaalsysteem' is waarbij het soms niet mogelijk is om een onderscheid in delen te maken.
    Zenuwpijn treedt veelal op in combinatie met weefselpijn.
    Er is echter een aantal specifieke ziektebeelden waarbij neuropathische pijn de boventoon voert (cfr. 'Neuropathische pijn of zenuwpijn' :
    http://www.spreekuurthuis.nl/themapag.html?thema=Chronische+pijn&hfdstk=17 -.
    Zenuwpijn kun je moeilijk behandelen omdat een aantal soorten pijnstillers zoals paracetamol en aspirineachtigen (NSAID's) er minder vat op krijgen.
    Het is van belang om er snel achter te komen of er sprake is van zenuwpijn zodat een passende therapie ingesteld kan worden (cfr. 'Algemene behandelingsmethoden van pijn' :
    http://www.spreekuurthuis.nl/themapag.html?thema=Chronische+pijn&hfdstk=5 -).


Pijn van psychologische oorsprong

Natuurlijk spelen psychologische factoren een rol bij pijn.
Hoe je het ook wendt of keert, pijn heeft invloed op de psyche van de mens en omgekeerd kunnen psychologische factoren de pijn verminderen of verergeren.
Depressiviteit kan zich uiten via pijn en depressiviteit kan pijn en moeheid tot gevolg hebben.
De behandeling van pijn zonder dat er aandacht is voor psychologische factoren is niet verstandig.
Als iemand een schop krijgt, treden er immers al psychische veranderingen op.
Je kunt bijvoorbeeld verdrietig of inwendig boos worden of agressief gedrag gaan vertonen.
Een patiënt kan dan ook terecht boos worden als hij iemand hoort beweren 'dat het allemaal wel tussen zijn oren zal zitten'.
En in diezelfde categorie valt ook een opmerking als 'het zal allemaal wel meevallen omdat deze patiënt die aan chronische pijn lijdt er zo goed uitziet'.
Het is onjuist om iemand die aan pijn lijdt waarvoor geen directe oorzaak gevonden is, als simulant te bestempelen.
Om pijn goed te kunnen behandelen, moet eerst duidelijk zijn hoe ernstig de pijn is.
Pijn is meer dan een eenvoudig neurofysiologisch gebeuren.
Hoewel bijna iedereen het verschijnsel pijn kent, is het moeilijk te meten.
Individuele interpretatie en expressie maken evaluatie en vergelijking lastig.
De drie-eenheid van somatische, psychologische en sociale factoren bepalen pijn en pijngedrag.


De Visuele Analoge Schaal (VAS)

De Visuele Analoge Schaal bestaat uit een 10 cm lange horizontale lijn die loopt van 'Geen pijn' (0) tot 'Ondraaglijke pijn' (10).
De patiënt wordt gevraagd hierop een markering aan te brengen.
De score wordt dan gemeten en uitgedrukt in mm of cm.
Deze schaal wordt waarschijnlijk het meest gebruikt bij de meting van pijn.
Het is een eenvoudige methode om pijn in een getal te laten uitdrukken.
Nadelen van het gebruik van de VAS-schaal kunnen zijn dat de bepaling van de ernst van de pijn op een te simpele, ééndimensionale manier plaatsvindt en dat er altijd patiënten zullen zijn die de test niet (kunnen) begrijpen.

Bij kinderen maakt men gebruik van een plaatje met 'gezichtjes' met verschillende gelaatsuitdrukkingen, waaruit het kind dan het meest toepasselijke kiest (om de gelaatsuitdrukking van de patiënt weer te geven maakt men wel gebruik "gezichtjes"; voor meting van pijn bij kinderen worden de zogenaamde "smiley-zonnetjes" gebruikt.).


Meetvariabelen

Pijngedragingen kunnen op verschillende manieren worden gemeten.
Een aantal meetparameters zijn :
- aantal uren dat de patiënt per etmaal op bed doorbrengt
- geneesmiddelengebruik, welke en hoeveel
- A(ctiviteiten) D(agelijks) L(even)-niveau (ADL-niveau).
Bij chronische-pijnpatiënten kan het bijhouden van een pijndagboek veel informatie over pijnbeleving en pijngedrag opleveren.
Op voorgedrukte bladen kan de patiënt per dag opschrijven wat hij of zij deed (slapen, liggen, zitten, lopen) en kan hij of zij de pijnscore en het geneesmiddelengebruik noteren.
De voordelen hiervan zijn dat bij bezoek aan de behandelende arts het verslag van de pijn niet beïnvloed wordt door de pijn die de patiënt onlangs leed.
Verder geeft het een beeld van het activiteitenpatroon van de patiënt en de invloed van pijn hierop.
Het bijhouden van het dagboek is eenvoudig en geeft een indruk van het gedrag van de patiënt thuis.
Een nadeel kan zijn dat door het bijhouden van het dagboek de patiënt te veel geconfronteerd wordt met zijn pijn en pijnbeleving.
Bovendien vult de ene patiënt het dagboek waarschijnlijk trouwer en preciezer in dan een andere.


Meting van de kwaliteit van het leven

Pijnmeting geeft op zich onvoldoende informatie over de toestand van degene die aan pijn lijdt.
De vraag is wat voor gevolgen de pijn heeft op het leven van de patiënt.
Hoe gaat het op het werk, met het gezinsleven, hoe zijn de sociale contacten ?
Om 'de kwaliteit van leven' te meten, heeft men vele testen ontwikkeld.
De bekendste is de schaal volgens McGill, waarin aandacht wordt besteed aan de verschillende dimensies van het leven : het puur lichamelijke, het sociale gebeuren en de psychologie.
De mening van de familieleden en bekenden die in nauw contact staan met de patiënt en de mening van de behandelende artsen en paramedici moeten eveneens betrokken worden bij de meting van kwaliteit van leven.
Een vermindering van pijn volgens de VAS heeft slechts geringe betekenis als dit weinig of geen invloed heeft op de algemene kwaliteit van leven.
Zowel arts als patiënt kunnen dan niet tevreden zijn.
Andere mogelijkheden tot verbetering van de levenskwaliteit moeten dan worden nagegaan.

Einde citaat boek en vermelding op www.blog.seniorennet/jules   waarnaar wordt verwezen door dokter Michel Van Loo die de tekst copypaste heeft geciteerd op 10.2.2016

Mijn patiënten vertonen vaak onleefbare stress. Zij vragen me om raad en denken dat hun situatie uitzichtloos is tenzij ik een medicijn voorschrijf.

Kan de patiënt zichzelf genezen zonder de medicijnen zoals antidepressiva ? Er is hierover recent een interessant artikel verschenen in De Standaard in datum van 9 februari 2016.

Hierin word beschreven hoe de zieke zijn leven weer in handen kan nemen.

In de expertiseverslagen van dokter Chris Dillen - psychiater die voor rechtbanken optreedt - lezen we dikwijls dat het slachtoffer te veel wegzinkt in een passieve houding. Er is een 'coping' strategie tegenover persoonlijke moeilijkheden in het dagelijks omgaan met situaties, maar die verschilt van mens tot mens. Tot een bepaald niveau kan de mens zenuwachtige omstandigheden aan, dit verschilt per persoon. Dat is moeilijk meetbaar. In het verwerken van een ongeval met letselschade horen we in expertisevergaderingen dikwijls dat het niet kunnen verwerken van een ongeval verband houdt met oudere geestelijke ' sequellen'. Men vraagt dan het slachtoffer uit over haar/zijn verleden. Leefde die persoon voorfgaand het ongeval misschien in een bedreigende situatie: ouders, foute partner, problemen op de werkvloer ?

In het artikel in DE STANDAARD van 9 februari 2016 dat hierna wordt samengevat met eigen commentaren, lezen we dat je je eigen brein zelf kan
" bedraden". Elke Van Hoof is stressexperte en werd geïntervieuwd over het wapenen tegen ziekmakende stress.

Citaat: Wat langdurige stress met onze hersenen doet en hou je je daartegen kan wapenen ?

We zijn gemaakt voor stress. Voor veel stress zelfs. Alleen mag hij niet continu zijn.Als je je stressbrein de regie over je leven geeft wordt de wereld één grote bedreiging. Het goede nieuws ? Je kan je brein ook anders bedraden.

Stress is niet erg zegt Elke Van Hoof, stressexperte en professor aan de VUB. Er is geen enkele reden om stress te mijden.Stress houdt ons aan de gang. Allen: stress is een veelvraat , een zichzelf voedende neerwaartse spiraal. Als je met een gestresseerde bril naar de wereld kijkt, ziet de wereld er dreigender uit. Waardoor je van de slag nog meer stress ervaart. Waardoor elke kleine tegenslag als een trauma kan gaan voelen. Waardoor je…enzovoort, enzovoort.

In principe is ons lichaam perfect gewapend om met stress om te gaan. Ons reptielenbrein, goed voor de reflexen die ons vroeger tegen grote, snelle wilde beesten moesten beschermen, jaagt de stress aan-meteen, en in stevige pieken. Dat werkt op onze middenhersenen, nog zo'n stuk van de hersenen dat puur om emoties draait. ' Je zou die twee hersengebieden samen het stressbrein kunnen noemen" zegt professor Elke Van Hoof".

Aan de andere kant, vooraan in ons hoofd, zit de prefrontale cortex, die meer bewuste processen stuurt.

Relativeren en nuanceren bijvoorbeeld, en plannen, perspectief zien, maar dus ook onze emoties en instincten coördineren."

De stresshormonen, adrenaline, en cortisol, counteren ons lichaam met herstelhormonen. Tenminste, zolang het daar de kans toe krijgt. " Een gezonde stressrespons is kort en intens, en nadien val je terug naar het rustniveau. Dan kan het systeem de afvalstoffen verwijderen, en kunnen de herstelhormonen hun werk doen. Het probleem is dat onze stressoren tegenwoordig geen wilde beesten meer zijn, die opduiken en dan weer verdwijnen. De meeste dingen die ons stress geven, zitten tegenwoordig in ons hoofd. En die gaan niet weg. En zolang een negatieve overtuiging er zit, blijft ons emotionele brein die stressresponsen afvuren. Ons stressysteem staat aan of uit. Een beetje stress bestaat niet vanuit neurofysiologisch standpunt?"

En wat gebeurt er als ons stressbrein de hele tijd aan het stuur zit ?

Dan is de taakverdeling tussen het stressbrein en de prefrontale cortex niet meer helder. Als het stressbrein constant gestimuleerd wordt, blijft de rotisol aan de hippocammus plakken en valt hij stil. Dan heb je geen verweer meer tegen de stress. Je reageert alleen nog vanuit je overlevingsinstinct en emoties. Kortom, je wordt een kip zonder kop.

Vraag reporter: Hoe kan ik de regie teruggeven aan het denkende deel van mijn brein ?

" Je lichaam moet de tijd krijgen om te herstellen. Herstelhormonen maak je alleen als je ontspant, als je jezelf de tijd gunt om een goed gevoel over jezelf te ontwikkelen. Het is heel belangrijk dat je geregeld niks doet. Over de hele lijn kan je je voordeel doen met het besef dat neuronen die samen vuren, meer macht hebben. En hoe krijg je meer neuronen in je brein ? Door dat deel te trainen. Als je je stressbrein steeds de overhand laat halen, wordt dat alsmaar performanter. Maar als je prefrontale gebieden versterkt, krijgen die meer macht."

Vraag reporter: als stress op zich niet slecht is, hoe weten we dan of we te veel stress ervaren ?

"Dat is heel persoonsgebonden, maar als je je constant opgejaagd en angstig voelt, dan scheelt er iets. Er is een goede wetenschappelijke vragenlijst ontwikkeld, de Utrechtse burn-out schaal."

"Een goede indicator is ook je recuperatievermogen."

"Hoeveel precies te veel is valt moeilijk te voorspellen. Veel hangt af van je geschiedenis. Het kan ook van schijnbaar banale dingen afhangen. Bijvoorbeeld van de hoeveelheid fysieke stressfactoren die je te verwerken krijgt. Zo zijn mensen vanaf de geboorte van een tweede kind doorgaans kwetsbaarder. Dat ligt niet aan dat kind maar wel aan de leeftijd waarop mensen dat kind krijgen. Dat komt omdat je je leven moet herorganiseren, meer nog dan met een eerste kind. Maar het komt ook simpelweg omdat je twee kinderen hebt die virussen en bacterien mee naar huis brengen. Als je lichaam zich moet verweren heeft het stress."

"Dat soort signalen negeren wij vaak. Als jij met een verkoudheid gaat werken, zit je met een verhoogde hartslag achter je laptop, en daalt je draagkracht. Maar wie houdt daar rekening mee ?"

Vraag reporter krant: Hoe vaak moet ik niksen ? Een keer per week ? Een keer per dag ?

"Er is geen echte richtlijn voor maar toch minstens vijf minuten per dag.En wie het warm krijgt als hij dat hoort, zit in de problemen.

Dat is helaas de werkelijkheid. We kunnen het niet meer, we laten het niet meer toe. Mensen die ik vraag het te proberen zeggen dan dikwijls: " ja, maar dan krijg ik vanalle gedachten". Natuurlijk krijg je dan vanalle gedachten, dat is wat je hersenen doen. Maar jij beslist of je die gedachten aandacht geeft. Jij kunt beslissen of je die gedachten laat voorbij drijven zoals de wolken voorbij drijven aan de hemel.

Als je dat echt niet meer kan, dan kun je die gedachten snel opschrijven in een boekje, en ze dan loslaten. We moeten dat echt leren.Onze hersenen consolideren nieuwe kennis pas op momenten dat we niets doen. Het hoeft niet lang te duren. Doe het desnoods aan je bureau. Doe vijf minuten aan geleid dagdromen als je ergens mee klaar bent. Denk aan iets leuks, aan je laatste vakantie bijvoorbeeld."

Vraag reporter: in welke moeten werkgevers hierin hun verantwoordelijkheid nemen ? Heel wat mensen drijven zichzelf tot het uiterste omdat ze hun job goed willen doen, of omdat de baas de druk opvoert.

"Werkstress is altijd het resultaat van een complexe interactie tussen werknemer, werkgever en maatschappij. Maar ook in wat we onze maatschappij laten zijn, dragen we zelf een verantwoordelijkheid. Niemand verplicht je om een smartphone en daar drie uren per dag mee bezig te zijn. Die drie urren gun je je hersenen geen recuperatie.

De nieuwe wetgeving over psychosociaal welzijn is een grote stap in de goede richting. Er is een bewustwording, er is het besef dat het een gedeelde verantwoordelijkheid is. De werkgever moet ruimte en flexibiliteit bieden; de werknemer moet voor zichzelf kunnen zorgen en grenzen aangeven.

Technologische revoluties, zoals nu met de smart devices en het nieuwe werken, vergen altijd een aanpassing van de mens. Ook ten tijde van de industriële revolutie werd het verschijnsel burn-out beschreven."

DRIE TIPS OM DE REGIE OVER JE LEVEN WEER IN HANDEN TE NEMEN

Één.
Bewegen_- bewegen- bewegen ! Beweging gooit de cortisollen van de hippocampus, zodat die haar functiegoed kan opnemen en he stressysteem afremmen.

En spieropbouw bevordert serotonine, die je een goed gevoel over jezelf geeft. Doe het elke dag, ook als je 's avonds vermoeid thuiskomt.

Twee.

Houd de verwondering levend. Je moet toch bewegen dus begin met een wandeling tijdens de lunchpauze. En als je toch buiten bent, ga dan op zoek naar iets in de natuur wat je verwondert. Verwondering en nieuwsgierigheid activeren de prefontale gebieden. Doe geregeld iets nieuws.

Tip drie.

Schrijf elke dag drie dingen die goed gingen. Als je dat elke dag doet, rewire ( bedrading) je je brein ook. Je haalt je focus weg van het negatieve.Zeker mensen die diep zitten moeten weer leren wat positief is. In het begin is dat heel basic. ( ' de auto startte'). Maar na een week of drie-vier worden dat intense geluksmomenten. Ook dat is iets wat je traint. Duurzaam geluk situeert zich links inze prefrontale cortex. Snel genot niet, dat zit in ons emotiebrein.

De patiënten vragen zich af waarom in een expertiseverslag na arbeidsongeval enkel de arbeidsongeschiktheid wordt beschreven. Zij wensen ook vergoeding voor andere verliesposten dan enkel forfaitair loonverlies. Het bovenstaande is dus het antwoord: de werkgever is immuun dus hoeft de arbeidsongevallen verzekering niets anders te betalen.
In uitzonderlijke gevallen is de werkgever toch verplicht integrale schade te betalen. Dus in regel niet.
Daarom zal de medische expertise voor de arbeidsrechtbank nooit handelen over andere schade dan loonverlies, tijdelijke en blijvende arbeidsongeschiktheid in percentages uitgedrukt. Andere verliesposten worden in een procedure voor de rechtbank van eerste aanleg behandeld. Of een correctionele rechtbank als er een strafrechtelijk misdrijf is gebeurd.

Downlaod hier het volledige artikel van dokter Michel Van Loo

handicappedWanneer men spreekt over ‘de parkeerkaart voor personen met een handicap’ weet iedereen wel wat men daar mee bedoelt. Dat blauwe geplastificeerde kaartje met de afbeelding van een rolstoel. Toch blijken er nog heel wat vragen te bestaan over het gebruik van deze kaart, de voorwaarden, de rechten, enzovoort. We frissen hierna een en ander op.

 

Wie heeft recht op een parkeerkaart?


Personen die een officieel attest hebben van hun handicap. Hieruit moet blijken dat men beantwoordt aan één van onderstaande voorwaarden:
- minstens twee punten scoren op de rubriek verplaatsingsmogelijkheden bij de evaluatie van de zelfredzaamheid of minstens twaalf punten in totaal behalen (voor wie 21 jaar of ouder is) voor de dienst tegemoetkomingen
- minstens twee punten scoren in de categorie ‘mobiliteit en verplaatsing’ (voor kinderen jonger dan 21 jaar) voor de bijkomende kinderbijslag
- een erkenning hebben van 50% onderste ledematen (OL)
- een algemene erkenning van handicap hebben van minstens 80%
- volledig blind zijn
- volledig verlamd zijn of een amputatie ondergaan hebben aan beide bovenste ledematen
- oorlogsinvaliden met een invaliditeit van minstens 50%

 

Hoe geraak je aan een parkeerkaart?

 

Om een parkeerkaart te bekomen moet je zelf een aanvraag indienen want ze wordt niet automatisch opgestuurd. Een aanvraag doe je als volgt:
1. Als je nog geen geldig attest van je handicap hebt dan kan je een aanvraag voor een parkeerkaart indienen via je gemeente of mutualiteit. Je zal dan een ontvangstbewijs en een formulier ‘evaluatie van de handicap (parkeerkaart)’ ontvangen. Dit formulier stuur je ingevuld terug naar de FOD Sociale Zekerheid waarna je zal uitgenodigd worden voor een medisch onderzoek. Op basis van deze evaluatie zal beslist worden of je recht hebt. Zo ja, dan zal je een algemeen attest ontvangen met de erkenning van je handicap en zal de FOD de kaart laten aanmaken. Je hoeft verder niets te ondernemen, de parkeerkaart zal naar jou opgestuurd worden. Deze hele procedure kan ongeveer 4 maanden duren.

Let wel: als je nog geen geldig attest hebt en een aanvraag parkeerkaart doet, zal je enkel onderzocht worden op verplaatsingsmogelijkheden. Er zal dan geen volledig onderzoek gedaan worden om je algemene invaliditeit te bepalen.

2. Als je wel een geldig attest hebt van je handicap en je voldoet aan de voorwaarden voor een parkeerkaart, dan kan je een aanvraag indienen via het contactformulier op de website van de FOD (www.handicap.fgov.be → ‘e-mail ons’). Je kunt ook een telefonische aanvraag doen via het callcenter (0800 987 99) of per brief. Vermeld hierbij dat het gaat om een aanvraag parkeerkaart, geef je dossiernummer door en de instantie door wie je handicap erkend werd. Wanneer de FOD de aanvraag ontvangt en over voldoende informatie beschikt, zullen zij opdracht geven om de kaart aan te maken en naar jou op te sturen, op voorwaarde natuurlijk dat je voldoet aan de voorwaarden. Je zal de kaart dan ongeveer vier weken later ontvangen.

Let op: Heb je een geldig attest maar je voldoet niet aan de voorwaarden voor een parkeerkaart dan zal een aanvraag voor een parkeerkaart een volledige medische herziening tot gevolg hebben.

 

Welke voordelen biedt de parkeerkaart in België?

 

De parkeerkaart geeft aan de eigenaar van de kaart de volgende rechten:
- parkeren op een voorbehouden plaats
- onbeperkt parkeren in blauwe zones, waar voor anderen de parkeertijd beperkt is

Personen die in aanmerking komen voor een mobiliteitshulpmiddel kunnen eveneens in aanmerking komen voor een parkeerkaart mits zij een gunstig advies hebbe van de medisch-adviseur van het RIZIV en dus een bewijs toelating aankoop mobiliteitshulpmiddel kunnen doorgeven. Dit is een nieuwe afspraak tussen de ziekenfondsen en de FOD sociale zekerheid.

 

Enkele misverstanden en veel gestelde vragen.

 

Gratis parkeren?
Vooral rond het gratis parkeren bestaan nogal wat misverstanden. Een parkeerkaart geeft immers niet altijd recht om gratis te parkeren! Elke gemeente bepaalt hierover zelf zijn beleid. Op de parkeermeter kan je aflezen of gratis parkeren toegestaan is. Wordt er niets vermeld, dan mag je er vanuit gaan dat je ook met een parkeerkaart moet betalen. Wil je graag vooraf weten of er in een bepaalde gemeente moet betaald worden, dan neem je best contact op met het gemeentebestuur.

 

Moet je met een parkeerkaart altijd op een voorbehouden plaats parkeren?
Neen, dit moet niet! Als persoon met een handicap mag je, zoals iedereen, overal parkeren waar het toegelaten is. voordeel is dat je ook mag parkeren op een voorbehouden parkeerplaats. Let er dan wel op dat je steeds je kaart op de juiste manier gebruikt want anders kan je voor onaangename verrassingen komen te staan.

 

Hoe moet je de kaart in de wagen leggen?
Wanneer je je parkeerkaart gebruikt moet je ze goed zichtbaar, met de afbeelding van de rolstoel naar boven, achter de voorruit leggen. Ga je naar het buitenland maar nog wel binnen de Europese Unie? Dan kan je de folder die werd uitgegeven door de Europese Commissie aanvragen. Deze kan je naast je parkeerkaart op het dashboard leggen als bewijs dat je parkeerkaart overeenkomt met het Europees model. Deze folder kan je opvragen bij de FOD Sociale Zekerheid zelf. Dit kan telefonisch op het nummer 0800 987 99 of via het contactformulier ‘e-mail ons’ op de website www.handicap.fgov.be. Voor landen buiten de Europese Unie vraag je best informatie op bij de betrokken ambassade.

 

Mag iemand anders mijn parkeerkaart gebruiken?
Neen, dit mag niet. De parkeerkaart is persoonlijk en mag enkel gebruikt worden wanneer je zelf de wagen bestuurt of wanneer je als passagier meerijdt. In welke auto je de kaart gebruikt speelt geen rol want de kaart is niet gekoppeld aan een bepaalde wagen.

Wat gebeurt er als de politie iemand betrapt op het onrechtmatig gebruik van jouw kaart?
In dat geval kan de kaart voor zes maanden ingetrokken worden en volgt een boete.

Kan een voorziening voor personen met een handicap een parkeerkaart aanvragen voor het busje waarmee ze vervoer organiseren?
Neen, want zoals hierboven gezegd is de parkeerkaart persoonlijk. Een voorziening die vervoer organiseert kan wel de kaart gebruiken van één van haar passagiers op voorwaarde dat die persoon ook effectief aanwezig is het busje. Hetzelfde geldt voor ouders van een kind met een handicap. Enkel wanneer hun kind in de auto aanwezig is mogen de ouders de parkeerkaart van hun kind gebruiken.

 

Wat gebeurt er als de eigenaar van de kaart is overleden?
Bij een overlijden moet de parkeerkaart teruggestuurd worden naar de FOD Sociale Zekerheid. Het adres waarnaar de kaart moet gestuurd worden vind je vooraan op de parkeerkaart.

 

Is je kaart vervallen of beschadigd?
Dan kan je een nieuwe aanvragen. De procedure is dezelfde als eerder beschreven.

 

Hoe komt het dat sommige kaarten een vervaldag vermelden en andere niet?
Bij het onderzoek naar het recht op een parkeerkaart wordt beoordeeld of je handicap definitief is of dat er nog evolutie mogelijk is. In het eerste geval heb je recht op een parkeerkaart voor onbepaalde duur en blijft de kaart onbeperkt geldig. In het tweede gaval moet de handicap mogelijk opnieuw geëvalueerd worden en daarom krijg je een kaart met beperkte geldigheid. Je moet een verlenging tijdig aanvragen om te voorkomen dat je enige tijd zonder geldige kaart zit. Denk er aan, de FOD Sociale Zekerheid stelt je hiervan niet automatisch op de hoogte, je moet het dus zelf in de gaten houden!

 

Mag iemand anders gebruik maken van de voorbehouden plaats voor mij deur?
Ja, iedereen die een geldige parkeerkaart heeft mag op een voorbehouden plaats parkeren, ook al heb jij destijds bij de gemeente hiervoor een aanvraag gedaan. De voorbehouden plaats is nooit persoonlijk.

Met andere vragen over de sociale wetgeving kan je terecht bij de medewerkers van Sociaal Dienstbetoon in jouw provincie of op de dienst maatschappelijk werk van de mutualiteit waarbij je aangesloten bent.

Indien de dader onbekend of onvermogend blijkt, is het billijk dat de staat de slachtoffers mee vergoedt. Deze financiële tegemoetkoming zal heden het aangerichte leed volledig kunnen goedmaken.

U kunt zich wenden tot het staatsfonds, dat heet FONDS Financiële Hulp aan slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden. Dit administratief rechtscollege te Brussel gaat na of de staat financieel kan tussenkomen en bepaalt het bedrag van deze hulp.
Het kan alleen slaan op compensatie voor lichamelijke letsels, vergoeding na een uitspraak van een rechtbank of een hof van beroep. Het betreft een tussenkomst nadat het bedrag waartoe iemand is veroordeeld niet kan worden gerecupereerd. Of wanneer de dader onbekend is. Dan moet geen vonnis worden afgewacht.

Het vonnis is tegen de onwillige dader, niet tegen het Fonds !

Het gaat niet om vergoeding in geval van arbeidsongeval tegen een verzekeringsmaatschappij.
Wel mogelijk tegen een werkgever die in een arbeidsongeval is veroordeeld om de werknemer te vergoeden. De blijvende arbeidsongeschiktheid en morele schade zijn wel onderscheiden begrippen.

Als u uw schade wil laten begroten in cijfers is de bijstand van een medisch expert nuttig. Een arts gespecialiseerd in verzekeringsgeneeskunde kan uw dossier klaarmaken om neer te leggen aan het FONDS.

 

Volledig artikel bij "download bijlagen" hieronder

Cassatie over voorafbestaande toestand in arbeidsrecht (pdf document).

Document hieronder te downloaden bij "download bijlagen". Klik eventueel eerst op "Lees meer" indien u de download link niet direct ziet.

 

 

De indicatieve tabel is in België een lijst van forfaitaire schadevergoedingen die opgesteld is door het Nationaal verbond van magistraten van eerste aanleg en het Koninklijk verbond van vrede- en politierechters. Die lijst is bedoeld als leidraad voor de raming van schade die men niet in concreto (schade waarvan men geen bewijs kan aanvoeren) kan begroten, die men dus niet aan de hand van bewijsstukken kan aantonen (bvb. de morele schade).

Hierbij vindt u de download link naar  - de indicatieve tabel van 2012.

Deze werd ondertussen vervangen door een nieuwere versie, namelijk de indicatieve tabel van 2016 die u terug kan vinden door hier te klikken.

Wetenschappelijk artikel (Engelstalig) onder de titel "Dysfunctional pain inhibition in patients with chronic whiplash-associated disorders: an experimental study" waarbij dr. Michel Van Loo een van de co-auteurs was, verscheen in de pers.

Het gehele artikel kan u hieronder downloaden bij "download bijlagen".

Wetenschappelijk artikel (Engelstalig) onder de titel "Sensorimotor incongruence exacerbates symptomsin patients with chronic whiplash associateddisorders: an experimental study" waarbij dr. Michel Van Loo een van de co-auteurs was, verscheen in de Oxford Journals onder "Rheumatology"

Het gehele artikel kan u hieronder downloaden bij "download bijlagen".

De patiënt heeft recht op inzage in het hem betreffend patiëntendossier.

Aan het verzoek van de patiënt tot inzage in het hem betreffend patiëntendossier wordt onverwijld en ten laatste binnen 15 dagen na ontvangst ervan gevolg gegeven.

Klik op de link bij download bijlage voor volledige wettekst terzake.

Pagina 2 van 3

Copyright © 2013. All Rights Reserved.